Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doet, dan blijft dit over, dat de regeering in één adem zegt, dat het wel is waar niet noodig is den wetgever een bevoegdheid te geven, die hij reeds heeft, maar dat toch aan zijn initiatief moet worden ingeruimd een plaats, die hij reeds bezet houdt!

Het artikel wil een competentie-regeling. Nu spreekt het toch wel van zelf, dat hij, die de „Kompetenz-Kompetenz" heeft, zelf kan doen wat hij in zeker voorschrift anderen opdraagt '). De bevoegdheid van den een is de onbevoegdheid van den ander. Doch zichzelven onttronen kan de wetgever niet.

Ik kom tot de slotsom, dat volgens de regeeringsreglementen en volgens dat, wat aan hun vaststelling is voorafgegaan, de rechtspersoonlijkheid zoomin van Suriname als van Curapao voor redelijke betwisting vatbaar is.

§ 2. Verdere verordeningen.

Hierbij zou ik het, wat onze Westindische koloniën aangaat, gevoegelijk kunnen laten. Al komen de regeeringsreglementen met het beeld eener „flexible constitution" overeen, een constitutie voor de koloniën zijn zij toch zeer zeker; vinden wij daarin een vraag beantwoord, zoo behoeven wij ons niet met dezelfde vraag nog eens elders te wenden.

^ Toch wensch ik nog eenige sprekende voorbeelden uit het Gouvernementsblad, en in het volgende hoofdstuk uit het Publicatieblad, aan te halen ten bewijze, dat ten aanzien van onze vraag het standpunt der jungere koloniale wetgeving geen ander is, dan dat door Van de Putte bij de behandeling van de regeeringreglementen ingenomen.

Bij verordening van den 18den Februari 1874 (Cr. B. 1875 n°. 2) goedgekeurd bij de wet van November 1874, Staatsblad n«. 157 (G. B. 1875, n°. 1) werd ten name van Suriname een leening aangegaan tot bevordering van immigratie.2) Daar het

') Meent men, dat bij speciale wet niet van een generale wet mag worden afgeweken, dan spreekt het niet van zelf. Ik kan niet inzien, dat, bij onwil van den wetgever in de kolonie en bij gebleken wenschelijkheid,' de Wetgever zich niet met de zaak zou mogen bemoeien, omdat een wetsartikel hem slechts tot goedkeuring zou roepen.

*) Zie Van oer Hoüven van Oordt, blz. 85.

Sluiten