Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moederland geen borg wilde zijn voor rente en aflossing, werd zij met wantrouwen begroet en liep zij vrij wel op fiasco uit.

Een verordening van 17 Januari 1888, betreffende telegrafen en telefonen (G. B. 1888, n°. 3), bepaalt in haar eerste artikel: „Tot aanleg, exploitatie of' gebruik van eene telegraaf of' tele„phoon binnen deze kolonie of tusschen deze kolonie en eene „daarbuiten gelegene plaats, wordt, voor zooveel een en ander „niet van wege de kolonie geschiedt 1)) gevorderd eene concessie, „door den Gouverneur te verleenen," terwijl artikel 7 aldus luidt: „Schade, uit de toepassing der beide voorgaande artikelen „voortvloeiende, wordt door den kantonrechter begroot en tot „dat bedrag door de kolonie vergoed

„Had de toepassing plaats ten behoeve van eene geconces„sioneerde verbinding, dan verhaalt de kolonie de kosten op „den concessionaris."

Nog houdt artikel 9, tweede lid, het volgende in: „De bemalingen, waaronder van de door de kolonie aangelegde of „geëxploiteerde lijnen kan worden gebruik gemaakt of daaraan „kan worden aangesloten, worden door den Gouverneur vastgesteld."

In artikel 23 der verordening van 7 April 1888 tot regeling van de pensioenen, uit de koloniale kas te kwijten (G. B. 1888, n". 23), treffen wij deze bepaling aan: „Bij de aandraag om pensioenen wordt overlegd:... e. eene verklaring, „dat de voorschriften omtrent het eigendomsrecht van den „Staat en de Kolonie op de archieven en omtrent het bezit „van daartoe behoorende stukken getrouw zijn nagekomen."

Er vallen naast die van 187-1 nog een tweede en een derde leening te vermelden. Vooreerst die uit de verordening van 2 Mei 1894 „betreffende het aangaan ten laste van de Kolonie „Suriname van eene geldleening ten behoeve van het Immi„gratiefonds," goedgekeurd bij de wet van 13 Juli 1895, Staatsblad nw. 115, (G. B. 1895, n°. 29 en 30), van welke verordening artikel 2 bepaalt, dat de Staat (lees: het Rijk) de betaling der rente en de aflossing der schuldbekentenissen waarborgt.

De derde leening vinden wij in de verordening van 9 November 1894, goedgekeurd bij de wet van 20 Maart 1896,

') Cursiveering van mij.

Sluiten