Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„overeenkomsten met de Regering wegens ondernemingen van „landbouw. — Hij mag ook niet zijn eigenaar of huurder van «landerijen binnen het gebied van Nederlansch-Indië."

De finantieele bepalingen der arcikelen 41, 51 en 53 bevatten geen aanwijzing van den eigenaar der „geldmiddelen „en domeinen."

Daarentegen bevat artikel 8-1 van het ontwerp een voorschrift, dat in het reglement van 1836 niet voorkomt en uit het reglement op de rechterlijke organisatie in NederlandschIndië (artikel 159) was overgenomen. *) Het verklaart het hooggerechtshof in burgerlijke zaken in eersten aanleg bevoegd te oordeelen ... 2. „Over alle regtsvorderingen, uitgezonderd die welke de belastingen en pachten betreffen, tegen „den lande".

In het zittingjaar 1852/1853 andermaal ingediend, gaf het ontwerp aanleiding tot een zeer omvangrijk voorloopig verslag2). Op bladzijde 542 s) lezen wij: „Nog in een ander opzigt „dan het straks genoemde is artikel 9 van het bestaande reglement „strenger dan het tegenwoordig artikel 3. Het verbod om „ordonnantiën of schuldordeningen ten laste van den Lande „te koopen enz. wordt in laatstgenoemd artikel gemist. In „ééne der Afdeelingen heeft men bepaald verlangd, dat in „dit opzigt het bestaande behouden bleef, en dus het voorgestelde artikel in dien geest wierd aangevuld."

De bepaling in artikel 84, tweede lid, gaf tot aanmerkingen geen aanleiding.

De vraag ligt voor de hand: ot, wanneer met die rechtsvorderingen tegen den Lande actiën tegen Staat of Rijk, waartusschen men toen niet onderscheidde, waren bedoeld, artikel 84, tweede lid, van het ontwerp wel bestaan kon naast artikel 161 van de Grondwet van 1848? Dit artikel draagt aan den Hoogen Baad*) de rechtspraak op over alle actiën, de reëele uitgezonderd, waarin de Koning, de leden van het Koninklijk Huis of de Staaf 4) als gedaagden worden aangesproken.

Nu zegge men niet: artikel 161 der Grondwet verdraagt

') Zie de memorie van toelichting, blz. 251 der bijlagen 1861/1862. Kedchenius, t. a. p II, blz. 19.

2) Bijlagen 1H52/1853, blz. 535—583. Keuchenius, II, blz. 25—174.

*) Bij Kedchenius : II, blz. 47.

4) Cursiveering van mij.

Sluiten