Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„de financiën van Nederland en Indië gegeven heeft," waarmede de politieke quaestie pleegt te worden aangeduid.

In de nota lezen wij dan sub 3° :

„Tot beantwoording van de vraag hoedanig de verhouding „is tusschen de Nederlandsche en de Indische financiën, valt in „wetgeving en practijk te wijzen op artikelen en handelingen, „die eene oplossing aan de hand doen.

„Zoo is in artikel 59 der Grondwet sprake van geldelijke „verplichtingen van het Rijk, waarmede blijkens artikel 2 dier „wet het Rijk in Europa bedoeld wordt, spreekt artikel 3 van „het Regeeringsreglement van Nederlandsch Indië (Staatsblad „1854, n#. 129) van „„schuldvorderingen van —"" en artikel „14 der Indische Comptabiliteitswet (Staatsblad 1864, n°. 35) „van „„leeningen ten laste van Nederlandsch-Indië"", werd in „het bij de wet van 29 April 1901 (Staatsblad n°. 92) vervallen „artikel 98 van het genoemde Regeeringsreglement gewaagd „van „„rechtsvorderingen tegen den Lande" ",d. i. Nederlandsch„Indië en komt in tal van artikelen der Indische wetgeving, „waarin van het hebben van vermogen of van rechtsvorderingen sprake is, de term „„den Lande" " voor, waarmede Neder„landsch-Indië bedoeld wordt. Deze bepalingen kunnen slechts „beteekenis hebben, indien Indië een afzonderlijk vermogen „heeft en zich zelfstandig tegenover derden verbinden kan „Het behoeft dan ook niet herinnerd te worden, dat de geldelijke „gevolgen van door de Indische Regeering aangegane overeenkomsten of door en tegen haar gevoerde processen ten bate „en ten laste van de Indische financiën komen, maar de „Nederlandsche financiën daar buiten staan. Op grond van deze „overwegingen moet, naast de algemeen erkende scheiding van „administatie, worden aangenomen, dat ook de financiën zelve „van Nederland en Indië gescheiden zijn in dien zin dat zij „elk een afzonderlijk geheel vormen, elk tot een afzonderlijk „vermogen behooren. Dit strookt ook met de artikelen 62 en „63 der Grondwet, waarin naast elkander worden gesteld de „koloniale geldmiddelen en de algemeene geldmiddelen, dat „zijn die van het Rijk in Europa.

„De tegen die opvatting aangevoerde bewering, dat Nederland en Indië niet in de verhouding van schuldeischer en „schuldenaar tegenover elkaar kunnen staan, is niet houdbaar, „waar het tegendeel blijkt uit menige regeling bijv. uit de wet

Sluiten