Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„land in Indië en de beteekenis van Tndië voor het moederhand, doch vindt geen steun in de wetgeving. Overigens be„hoeft het, daar Indië deel uitmaakt van den Staat, geen bestoog dat de wetgever kan bepalen, dat zekere bedragen uit „de financiën van Indië in die van Nederland gestort worden „en omgekeerd, en dat de vraag van „eenheid of scheiding" „daarbuiten valt."

Heb ik van de rede van mr. van Nierop gezegd, dat, zij het hoogtepunt is van de leer der eenheid van financiën, ditzelfde geldt in vooral niet geringere mate van deze nota met betrekking tot de tegengestelde theorie.

Intusschen is het zeer te betreuren, dat een minister, die zulk een helder inzicht had in de quaestie, zulk een, oogenschijnlijk muurvaste, overtuiging met betrekking tot den toestand naar geldend recht, die met zoo vaste hand de grenslijn trok tusschen de vraag van recht en de vraag van politiek, doorgaans op wanhopige wijze verward tot niemand er iets meer van begrijpt, ik herhaal: het is zeer te betreuren, dat minister Idenburg zijn denkbeelden in den vorm van een nota heeft gegoten in plaats van in een ontwerp van wet, waarbij de nota mutatis mutandis als memorie van toelichting haar diensten zou hebben kunnen bewijzen.

Minister Cremer verwachtte indertijd alle heil van de intrekking van de artikelen 4 en 28 der Indische Comptabiliteitswet. Blijkens de toelichtende memorie was de bedoeling van het ontwerp ') de wet in overeenstemming te brengen met de praktijk, die sedert 1878 geen Indische bijdragen meer kende. Doch het beoogde nog iets meer Op deze memorie is van toepassing: in cauda venenum. Wij lezen op blz. 6: „Evenals die artikelen2) bij hunne totstandkoming ten doel „hadden de toenmaals gehuldigde practijk te sanctionneeren, „zoo heeft dit ontwerp ten doel de wet in overeenstemming „te brengen met de practijk waarin zich de van de vroegere „afwijkende denkbeelden afspiegelen, die thans hierin bestaan, „dat zoowel Nederland als Indië elk zijn eigene huishouding „moet bekostigen en dat wat in elk dier beide gedeelten van „den Staat is opgebracht ook ten bate van dat gedeelte wordt

■) Bijlagen 1899/1900, n°. 177.

■) 4 en 28 der Indische comptabiliteitswet.

Sluiten