Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„sluiten leening ten name van Nederland en niet ten name „van Nederlandseh-Indië te stellen. Hij acht het zoozeer in „het belang èn van Nederland èn van Indië om te komen tot „koloniale leeningen, dat hij ongaarne deze gelegenheid zou „laten voorbijgaan om te trachten een stap in die richting te „ondernemen."

Bij de openbare beraadslaging echter zei de minister op 26 November1): „Thans is alleen de vraag van hulpverstrekking „aan de orde; de vraag of de schuld van Indië ten name van „Indië zal worden geconsolideerd is van anderen aard, en die „vraag, waaromtrent ik op dit oogenblik geen uitsluitsel zou „kunnen geven, is eerst bij de leeningwet te beantwoorden. „Dat men het bij voorbaat buiten kijf heeft gesteld dat speciale „Indische schuld zou kunnen worden gecreëerd verheugt mij, „maar ik mag er toch wel met een woord aan herinneren, dat „daaromtrent meermalen verschil van meening heeft bestaan „en bij de overweging van dit punt nog verschillende dubia „kunnen rijzen." Een merkwaardig verschil met de memorie „van antwoord. Rezen er bij den minister dubia?

In het voorloopig verslag van de eerste kamer over ons ontwerp 2) werd de mogelijkheid van leeningen ten name van Indië met beslistheid ontkend. Met minister Idenbubg (boven, blz. 109 en 110), bespeur ik hier de leiding van mr. Van Houten. Dezelfde woorden, die deze staatsman over dit onderwerp placht te bezigen, keeren hier weder. Het is, als ware hij alleen aan het woord: de geheele kamer schijnt van de ontstentenis der rechtspersoonlijkheid van Nederlandsch-Indië overtuigd.

Minister Idenburg antwoordde op al deze beschouwingen, m. i. zeer terecht, „dat het niet het doel der voorstellen was „nopens dit punt eene beslissing uit te lokken, en hij zich „daarom zou onthouden van eene beantwoording van de beschouwingen, die in het Voorloopig Verslag aan de mogelijk„heid van Indische leeningen zijn gewijd.''

De belangrijke debatten in de eerste kamer van 29 en 30 December 1904, elders behandeld (zie boven, blz. 100 v.), kunnen wij hier laten rusten.

h Handelingen der tweede kamer, 1904/1906, blz. 292.

') Handelingen der eerste kamer, 1904/1905, blz 110.

Sluiten