Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„wettelijke scheiding van de Nederlandsche en de Indische „„financiën?" " Ik weet niet of de geachte afgevaardigde onder „wettelijke scheiding nog iets anders verstaat dan de erkenning, „dat het vermogen van Nederland een ander is dan het verbogen van Indië. Indien hij daar niet iets anders, mij onbekend, in zoekt.... vindt hij in de gewisselde stukken en in „hetgeen in eersten termijn door mij is gezegd, een bevestigend „antwoord. Mijns inziens .... bestaan die bezwaren niet, heeft „Indië een eigen vermogen, afgescheiden van dat van het „moederland, maar waar mannen van gezag dergelijke bezwaren „hebben, acht de Regeering het wenschelijk te trachten die „bezwaren zooveel mogelijk weg te nemen."

In de eerste kamer krijgen wij andermaal de twee redenen te hooren, die den minister van een zuiver koloniale leening deden afzien. Wel waren er velen, die meenden, dat, indien een leening ten name van Indië krachtens de wet geschiedde, de zaak formeel in orde zou zijn, doch het viel aan den anderen kant niet te ontkennen, „dat daartegenover vele anderen „staan — en onder dezen ook die men gaarne als der zake „zeer kundig beschouwt - die meenen, dat een koloniale „leening uit juridisch oogpunt alleen mogelijk zal zijn na voorafgaande wijziging van sommige wetsbepalingen Nu meende „de Regeering met het gevoelen van deze laatsten te moeten „rekenen en een dergelijke wetswijziging te moeten ter hand „nemen, opdat, indien later een koloniale leening mocht wor„den voorgesteld, de grondslag daarvan althans zoo min mogelijk betwistbaar zij." 1)

Mij komt het raadselachtig voor, dat, waar het de verwezenlijking van een van 's ministers politieke idealen gold, deze zoo conciliant tegenover de oppositie geweest is. Het heeft er veel van, dat de door deze aangevoerde bezwaren dankbaar werden aanvaard om te retireeren naar den stal, waar men te hard vandaan geloopen was. De bewering, dat de juridische grondslag aanvechtbaar was gebleken, dunkt mij een phrase. Wanneer minister Idenbuhg sterk had gestaan in zijn overtuiging _ de wenschelijkheid nu daargelaten —, dan ware de hechtheid van den juridischen grondslag zoo gemakkelijk aangetoond geweest. Hij zou wel niet tegen aanvechting zijn

') Handelingen eerste kamer 1904/1905, blz. 389.

Sluiten