Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«wordt vastgesteld teneinde door den Rijkswetgever') te „worden goedgekeurd.

„Hiermede kan de ondergeteekende zich geheel vereenigen2)

Het voorloopig verslag vraagt den minister inlichting over de passage in de troonrede, waar sprake is van een voorstel, strekkende om aan Nederlandsch-Indië op finantieel gebied grootere zelfstandigheid te verleenen. Het verwondert ons niet de vraag van de „eereschuld'' daarbij te zien aangeroerd. Wij lezen in het verslag: s) „Vermoed werd, dat de bedoeling „is aan Indië de bevoegdheid te geven op eigen naam te „leenen en de wettelijke scheiding tusschen de Nederlandsche „en Indische middelen door te voeren. Maar dan wordt hiermede naar sommiger meening erkend, dat thans de scheiding „niet bestaat. Enkele dezer leden achtten dit punt van ge. wicht in verband met hunne meening ten aanzien van de

„zoogenaamde eereschuld door anderen werd de hoop

„uitgesproken, dat alsnog zal worden besloten de uitgaven „voor rente en aflossing der thans ten laste van Indië gebrachte „leeningen voor rekening van Nederland te nemen, hetgeen „huns inziens door de eerlijkheid geboden wordt."

Met vreugde valt te constateeren, dat door minister Fock niet minder dan door zijn ambtsvoorganger de rechtsvraag nopens de rechtspersoonlijkheid scherp wordt gescheiden gehouden van de politieke vraag nopens de finantieele verhouding. Het te dezer zake met groote helderheid in de memorie van antwoord gedemonstreerde4) verdient zeer de aandacht: „Inderdaad is het de bedoeling van den ondergeteekende om „door ondubbelzinnige wetsbepalingen het beginsel der schei„ding tusschen de Nederlandsche en de Indische financiën „vast te leggen en uitdrukking te geven aan de mogelijkheid „om geldleeningen te sluiten ten name van Nederlandsch Indië.

„Geenszins kan hij echter toegeven, dat hierin de erkenning „zou liggen opgesloten, dat de financieele scheiding thans niet „bestaat. Zooals de Minister Idenburg in zijne nota van 21

') Bedoeld wordt niet de wetgever van het Rijk, doch de hoogste wetgever van Nederlandsch-Indië.

*) Cursiveering van mij.

") Bijlagen 1905/1906, Bijlage B. 4, 40, blz. 6.

*) Bijlagen 1905/1906, Bijlage B 4, 42, blz. 29.

Sluiten