Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

subject van oorlog en vrede sprake is, „Nederlandsch-Indië" voor „Staat" heeft plaats gemaakt.

Nu toch het nieuwe wetboek van strafrecht, dat nog altijd op invoering wacht, reeds ter sprake is gekomen, wil ik, de chronologische orde even verbrekende, op eenige bepalingen wijzen, die voor ons van belang zijn.

Vergelijken wij artikel 4, 2°, en 3°, van het strafwetboek voor het Rijk in Europa met artikel 4, 2°, en 3°, van dat voor de Europeanen in Indië, dan treft ons een in het oog vallend verschil. Artikel 4, 2°, spreekt ginds van een „misdrijf ten „opzichte van rijksmuntspeciën, rijksmuntpapier, of van rijks„wege uitgegeven zegels of merken," terwijl hier sprake is van „eenig misdrijf ten opzichte van muntspeciën of munt„papier in Nederlandsch-Indië wettig gangbaar of van zegels „en merken van wege de Nederlandsch-Indische Regeering uit» gegeven.' — Spreekt artikel 4, 3°) der Rijkswet van „valschheid „hetzij in schuldbrieven of certificaten van schuld van den „ Nederlandschen Staat of van eene Nederlandsche provincie, „gemeente of openbare instelling," het overeenkomstige artikel der Indische verordening behandelt de „valschheid hetzij in „schuldbrieven of certificaten van schuld ten laste van Neder„landsch-Indië."

Zou nu deze zoo geheel andere terminologie één begrip moeten uitdrukkken? Is er sprake van één en hetzelfde subject, hier en ginds? Waarom dan die afwijking in de bewoordingen ?

Wanneer ik mij een critische opmerking aangaande artikel 4, 3°, van het Indisch Strafwetboek veroorloof, dan is het deze, dat dit artikel aanvulling behoeft wegens de later in het leven geroepen decentralisatie.

Immers bij de decentralisatiewet van 23 Juli 1903 (Indisch Staatsblad n°. 329) werd in het regeeringsreglement een artikel 686 ingelascht, waarvan het 3d» lid aldus luidt: „Ten laste „van een gewest of een gedeelte van een gewest kan geen „geldleening worden aangegaan of gewaarborgd dan onder ' „voorbehoud van bekrachtiging van het daartoe strekkend be„sluit bij eene ordonnantie. ' — Het behoeft dus geen verwondering te wekken, als wij misschien spoedig vernemen, dat Batavia of een andere gemeente een beroep op de geldmarkt doet om voor productieve uitgaven te leenen. De daartoe uit

Sluiten