Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„voorbehoud aan de inleggers de teruggave hunner inlagen „en de betaling der daarover verschuldigde renten". Artikel 17, derde lid, der wet verklaart den Staat tot eigenaar van het reservefonds, het correspondeerende derde lid van artikel 15 van het besluit bepaalt: „Het reservefonds blijft het eigendom „van den Lande." Waarom al die afwijkingen, als men één zelfde subject op het oog had gehad'? Is het al geen klemmend argument, te denken geeft het zeker —

Er is een koninklijk besluit (algemeene maatregel van bestuur) van 27 Mei 1899 ') „tot vaststelling van de kenteekenen „van een Nederlandsch oorlogsvaartuig en van onderscheidings„teekenen, welke uitsluitend door Nederlandsche oorlogsvaartuigen mogen worden gevoerd."

Artikel 1 van dit besluit zegt, over welke schepen zijne werking zich uitstrekt: „Als Nederlandsche oorlogsvaartuigen „zullen worden beschouwd:

„1°. alle Rijks- en particuliere in dienst van het Rijk zijnde „vaartuigen;

„2°. alle vaartuigen, behoorende aan of in dienst van een „Nederlandsch Koloniaal Gouvernement;

„die staan onder het bevel van een militair gezaghebber en „geheel of gedeeltelijk door militairen zijn bemand."

Dit besluit maakt geen verschil tusschen Nederlandsch-Indië eenerzijds, Suriname en Curagao anderzijds. Zouden met die sub 2°. genoemde vaartuigen niet allereerst die bedoeld zijn, welke aan elk der drie koloniën behooren? —

Hiermede kunnen wij onzen tocht door het Indisch Staatsblad wel staken. Volledigheid heb ik niet beoogd Eenige der meest sprekende voorbeelden in chronologische orde opsommen scheen mij voldoende. Ik ben mij zeer wel bewust, dat in een zee van verordeningen en van besluiten sprake is van den „Staat", doch niet minder, dat door dit woord eigenlijk niets ten nadeele van de leer van „scheiding" wordt bewezen.

Intusschen, niet daarin ligt het zwaartepunt van mijn betoog.

Bij het blanco-karakter der Grondwet te dezen opzichte ligt de beslissing niet bij koninklijke besluiten en ordonnantiën doch bij de wet Daar heb ik voor de leer van de rechtsper-

1\ 1 QQQ «O 1 4 Q O 1000 _0 Ct A O n

') Staatsblad 1899, n°. 143, Indisch Staatsblad 1899, n°. '248, Gouvernementsblad 1899, n°. 34, Publicatieblad 1899, n°. 21.

Sluiten