Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„en aansprakelijk voor elke handeling of schuldverbintenis „van het Indisch bestuur of opperbestuur;

„dat diens volgens dan ook die bezittingen worden beheerd „van wege den Staat onder derzelver bijzondere wetgeving, afzonderlijk beheer, zoo van justitie als van geldmiddelen, met „afzonderlijke begrooting van inkomsten en uitgaven, en dat „door hare regering onder het opperbestuur van den Koning „der Nederlanden, dan ook kunnen worden gesloten overeenkomsten en verbindt enissen waarvoor de koloniën benevens de [koloniale kas en de regering dier bezittingen, maar met de „Staat der Nederlanden zijn verbonden en aansprakelijk en „welker gevolgen alzoo komen ten laste van de koloniën, maar [niet van den Staat, tenzij deze zelve en niet de koloniale [regering op eigen gezag ten behoeve van deszelfs bezittingen „wettiglijk in deszelfs grondwettige bevoegdheid mogt hebben „gecontracteerd, doch dat het geenszins kan opgaan, om aan „hen, die met de Indische regering verbintenissen in Indië "sluiten, het vermogen toe te kennen, om te kiezen of zij „deswege in Indië tegen de Indische regering, of wel in Nederland tegen den Staat hunne regtstreeksche vordering "willen instellen, en alzoo den Staat der Nederlanden in obligo [te stellen, wegens elke verbindtenis door de Indische regering

„dat dusdanig begrip dan ook is in lijnregten s rijd met wettelijke antecedenten en bepalingen, volgens welke onder „andere geldleeningen ten laste der Oost-Indische bezittingen, „onder uitdrukkelijke garantie van den Staat zijn toegestemd, en waarbij het moederland (de Staat der Nederlanden), mitsdien als cautionaris de alzoo te contracteren schulden ten Jaste der koloniën heeft gewaarborgd, ten blijke dat ook de „wetgevende magt in Nederland de onderscheiding tusschen „koloniale schulden en verbindtenissen en schulden en verbintenissen van den Staat heeft gehuldigd.... ...... ,

„dat het intusschen verre af is, dat uit zeker koninklijk besluit van den 4 November 1820, waarop de eischers zich "beroepen, zoude voortvloeijen, dat de Staat der Nederlanden zich met de verevening van de daarbij vermelde schulden „zoude hebben belast, daar dat besluit door den Koning aan wien het opperbestuur der koloniën toekomt, genomen, alleen [inhoudt bepalingen ter regeling van den achterstand, door de

Sluiten