Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Indische Regering ten laste der Indische bezittingen en als „een last op die bezittingen rustende, waardoor de Staat der „Nederlanden zich geenszins als debiteur dier achterstallige „vorderingen heeft geconstitueerd, noch bij koninklijk besluit „als zoodanig heeft kunnen geconstitueerd worden. ..

„dat de exceptie, non competit haec actio adversus me is gegrond, en dat hierdoor alle verder onderzoek noodeloos „wordt..

Met beslistheid wordt in dit arrest voor de rechtspersoonlijkheid van Nederlandsch-Indië partij gekozen, zóózeer, dat daarvan de uitspraak geheel afhankelijk is gesteld.

Wanneer men zoo leest, dat het oogenschijnlijk meest onschuldige en meest overbodige artikel (1) der Grondwet, hetwelk het gebied van het koninkrijk beschrijven wil, hier moet dienst doen als argument vóór de scheiding van financiën in juridischen zin, dan ligt er, mits men niet gevangen zij in de categorieën van mr. Lkvy, (boven blz. 137) voor het gevoel iets van ironie in, dat, na 1848, de voorstanders van eenheid bij voorkeur op deze, gewijzigde bepaling nopens het territoir voor hun leer den nadruk zouden leggen.

Het trekt overigens de aandacht, dat de toenmaals versch in het geheugen liggende leeningwetten van 1836, 1837 en 1838 (boven blz. 213 v.) den Hoogen Raad mede tot argument dienen voor de door hem aanvaarde theorie. Zijn wijze van zien dienaangaande is de eenig juiste. Ik behoef, na al het ter zake gezegde, hierop niet verder in te gaan. —

Andermaal werd de Hooge Raad geroepen over onze rechtsvraag uitspraak te doen, toen mr. J. J. van Angelbeek, gewezen lid van het Hooggerechtshof van Nederlandsch-Indië, den „Staat der Nederlanden" dagvaardde om zich te hooren veroordeelen tot betaling van activiteits-tractement en van overtochtsgelden, daar het aan voornoemden raadsheer verleend ontslag niet wettig zou zijn geschied.

Bij arrest van 27 Januari 1871 ') werd de eischer in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard op deze gronden:

') Nederlandsch Weekblad van het Recht, n°. 3289, Indisch Weekblad van het Recht, nc. 409, ook aangehaald door mr Abendanon, Publiek- en privaatrechtelijke verhoudingen tusschen Nederland en de Nederlandsche koloniën, blz 13

Sluiten