Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitingen van den eisclier, hetzij in de formuleering zijner wenschen, hetzij in de feiten, mededeelingen en gronden, die zijn eiscli rechtvaardigen. Maar juist liet toelaten van uitzonderingen baarde zorg. De regel, in zijn volle gestrengheid zeker logisch, kon billijkheidshalve niet aldus worden toegepast.1

En liet trekken van de grenslijnen tusschen toelaatbare en verboden veranderingen in de gedingstof leverde de gewone moeilijkheden van grensbepaling in abstracte gebieden op. Dientengevolge kon het verbod een ware plaag zijn; zoo werd, in de laatste tijden van liet geineene Dnitsche proces, in minstens één van de drie processen de altijd tot onvruchtbaar debat leidende vraag naar de al- of niet-ontvankelijkheid der «exceptio mutati libelli" besproken,2 waarbij dus, met ter zij de-stelling van het materiëele recht, waarom het partijen te doen was, over formeel recht, zeker ten bate der praktizijns, geprocedeerd werd.

Reeds in het Romeinsche Recht leverde ons instituut een vermaarde twistvraag op. Want, behalve dat de voorschriften, vervat in 1 3 C 2.13 en § 35 I 4.6 4 schijnbaar met elkander in strijd zijn, waar het eerste tot de litiscontestatie en het laatste tijdens het geheele geding veranderingen toestond, schijnen andere bepalingen, waaronder nov. 112 c 3 en de autli. qui seniel ad 1 3 C 7.43, die voor den eisclier de verplichting scheppen usque ad finem litem exercere, en 11 23, 74 pr. D 5.1, die verbieden een na de litiscontestatie ontstanen toewijzingsgrond (causa superveniens) in aanmer-

1) Endemann, Civ. proc. * 166; Bollinger, Zur Kerisiou der Lehre von der KI. A. 54.

2) Verh. Deiuschcr Jur. T. XII, II 267.

3) Kdita actio speciem futurae litis demonstrat, quam emendari vel mutari Heet, prout edicti perpetui monet auctoritas, vel jus reddentis deeernit aequitas.

4) Si quis aliud pro alio intenderit, nihil cum periclitari placet, sed in eodem judicio, coinita veritate, errorem suum corrigere permittiraus, veluti si is, qui hominem Stichum petere deberet, Erotem pelierit, aut si quis ex testamcuto sibi dari oportere intenderit, quod ex stipulatu debetur.

Sluiten