Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2. HET ONDERWERP VAN DEN EISCH.

Welke nu is de beteekenis, die gehecht moet worden aan de uitdrukking in liet tweede deel van het voorschrift, het onderwerp van den eisch? Velerlei uitlegging is mogelijk, en de jurisprudentie is verre van eensgezind. Ook in andere deden van het recht is den wetsverklaarder het woord onderwerp tot last, omdat liet door den wetgever, die objet moest vertalen, met vooricerp verward is.1 Het is wel waar, dat in de dagelijksche spreektaal beide woorden vaak dezelfde beteekenis hebben, zooals men van liet onderwerp of van het voorwerp van een gesprek kan spreken, maar de doctrine heeft beide begrippen steeds gescheiden.2 Nu ligt het voor de hand. de beteekenis van ile uitdrukking in art. 13-4- op te sporen, door een onderzoek naar het gebruik dezer termen in een verwante materie, omdat de wetgever, die hier een origineel voorschrift inlaschte, zich waarschijnlijk aan een bestaande terminologie gehouden heeft. En dan treft onmiddellijk, dat óók in art 5, 3", bij de bepaling van den inhoud van het libel der dagvaarding, dezelfde uitdrukking gebezigd is. Terwijl historisch liet verbod van actieverandering zich immer naar den noodzakelijken inhoud der dagvaarding heeft gericht, en het buitendien duidelijk is, dat in ons leerstuk in de eerste plaats zal moeten worden gevraagd, in hoeverre de eischer de gegevens der dagvaarding, waarin hij voor het eerst met zijn actie voor den dag komt, wijzigen mag, ware identiteit van terminologie hier zeer zeker te verwachten.

Reeds de uitdrukking onderwerp in art. 5 echter is voor verschillende uitlegging vatbaar. Deze strijd is vooral ontstaan, doordat onze wetgever gemeend heeft, naast

1) Vgl. artt. 1856, 8": 1868 v. H.W.; 5, 8» Rv.; rn. artt. 555, 598 R.W,

2) Asser III 11 n. 8; Kaure I 247.

Sluiten