Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan liet gebouw slechts door ondermijning van zijn fundeering instorten!1

Ad b. ren einde de genoemde bezwaren te ondervangen heeft men gemeend te kunnen volstaan, volhardend bij de vermeende beteekenis van onderwerp, met er op te wijzen „dat tei juiste bepaling van het onderwerp der vordering moet woi den gelet op hare, daarmede in een ovafscheidetili/jk verband staande oorzaak of grondslag, waaruit haar aard en strekking moeten blijken. " Wèl had deze opvatting het gewenschte gevolg, 1 maar zij is onjuist en vaag. Onjuist, omdat onderwei p en conclusie toch identiek blijven, en omdat de bepaling \an den eisch best zonder die „onafscheidenlijke" middelen kan geschieden; vaag, omdat de aard van dat „verband" onopgehelderd blijft. Niet afdoende is de leer ten slotte, omdat zij alléén de zéér frappante gevallen tot een oplossing biengt. immers: ..aard en strekking" van een geding tot scheiding van tafel en bed blijven dezelfde, wanneer men zich daarin gaat beroepen op andere mishandelingen, dan de in de dagvaarding omschrevene!

lot deze categorie behoort het standpunt, waarop zich de Huoge Raad in den laatsten tijd4 betreffende dit leerstuk plaatst. Deze interpretatie zegt, dat onderwerp van den eisch is „het gevorderde, in verband niet diegene der bij dagvaarding gestelde feiten, waarop liet ter beoordeeling

1' <»erritzeu Ic. 156 v, meent, dat deze leer voortspruit uit eeu verwarring van de bewijsmiddelen, met de gronden, waarop de eisch steunt. Al bestaat deze verwarring zeker — verg. Dalloz, Rép. v". nouvelle demande, nos 10, 154 v. — ik geloof niet, dat zy ook hier invloed had. Schr. houwt zijn meening op het argument „dat het baseeren der vordering op andere teiten niets anders is, dan het aanvoeren van nieuwe middelen, tot staring der vordering." beschouwende hij dexe „stavende middelen" als bewijsmiddelen. Ik meen echter, dat evengoed de ree hts feiten kunnen gezegd worden, den eisch te „staven." Verg.: Hof Gelderland, \\'. 1864 (de eischer beriep zich tot bewijs v. z. recht uitsluitend op één acte: moet zijn buseerde zijn recht op één acte.)

2» II. K. W. '5064, Amst. W. 3912.

•S) Hof den Haag \\ . 5146 (ontbinding eener ov. bleet' gevorderd, doch op verschillenden grond.)

4» II. K.. W. 7782.

Sluiten