Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

hebben de oud-Vaderlandsche procesbeschrijvers hun aandacht aan dit punt gewijd. De ontwikkeling wordt echter zelden door het, onpraktisch geachte, Rom. Recht beïnvloed.

In de al of niet met mandament of appoinctement van den rechter uitgebrachte — dagvaarding worden de feiten omschreven, doch behoeft de actie niet genoemd te worden; „slegtelijken het Feit, en zijn agtenvesen so als het legt, met de clausule: om hem te komen verantwoorden jegens zoodanigen eisch en conclusie, als den Eischer ten dage dienende te selver sake zal willen doen en nemen. Daarom men, ten dage dienende in 't nemen van zijn Eysch en Dingtaal, aan het sodanige geeischte niet gebonden is, maar men voor e litiscontestatie, dat is het antwoorden, nog altijds sijn eysch self mag veranderen na sijn welgevallen." 1 De eischer is dus aan de woorden in de dagvaarding niet streng gebon(en. len <uste al kan de gedaagde wenschen eventueele onduidelijkheden te zien opgehelderd,2 wanneer hij tenminste niet in „modum exceptionis inepti libelli et obscuri" voor de l.c. tot absolutie van de instantie concludeert,

aai \ ei dei 0ok de eischer uit eigen beweging: „vóór de l.c. autem mag elckeen indistinctelijck syn conclusie corrigeren, veranderen, ende daer yets toe-voegen ofte afdoen," 4 „met refusie nogtans en wederkeeringe der Gedingskosten, bij den Gedaagde tevergeefs gedaan en geleden."5 Na de l.c, echter wordt de eigenmachtige verandering, zonder meer, eenstemmig verboden, en dit verbod gewoonlijk met liet belang van den gedaagde, een enkele maal met de geregelde orde der rechtspleging, en met te-vreezen „turbatie en willekeu-

1) Van Leeuwen V, XIII. Aldus ook Huber V. V. 5,

mogelMTersUWerhfn ^ ^ ï<lvOC"te" den' "" weUicllt chicaneusen rnn.1 geef», zooveel

verzoek om t, ,™, Z vormfo"tl!" "eken. v. d. I,inden, I 155 .preekt Va» het prea/M,

3) Waasenaar <•' "l IUnd'""!' "f exl'r''*"il' v,n duistere of raptienae periodes in 't mandement.

4) Damhouder CX 7

6) Merula IV, XXXVil, VI.

-

Sluiten