Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

VERANDERING VAN DEN EISCH IN ENGEREN ZIN.

In het vorige gedeelte hebben wij een scherpe onderscheiding gemaakt tusschen den eisch, d. i. het van den gedaagde verlangde, en den grondslag van den eisch tusschen, om met de oudere processualisten te spreken, het petituni en het fundamentum petendi. Wij hebben gezien, dat onze wetgever op het gebied van veranderingen van den eigenlijken eisch een paar voorschriften heeft gegeven. Want in art. 134 wordt slechts aan den eischer de bevoegdheid gegeven, zijnen eisch, dwz. het gevorderde, te verminderen of te wijzigen. We zullen nu deze voorschriften aan een nader onderzoek moeten onderwerpen; vaststellen, of zij al of niet noodzakelijk in de Fransche wet moesten worden ingelascht, en nagaan, of zij niet aanleiding geven tot een ongewenschte beperking van de mogelijkheid van verandering van den eisch. Wart, terwijl de deugdelijkheid van het argument a contrario, dat vermeerdering van zijn eisch den eischer niet vrijstaat, vooral op grond van de parlementaire behandeling van dit punt niet wel kan worden betwist, schijnt óók verandering van de conclusie verboden, wegens de wettelijke beteekenis van het woord „wijzigen". En wellicht oefent een verandering van den eisch in engeren zin óók invloed uit op de absolute competentie.

§ 1. DE VERMINDERING VAN DEN EISCH.

Toen in het Romeinsche formulierproces de rechter, bij het vellen van zijn oordeel, streng gebonden was door het in de forniula vervatte hypothetische condemnatiebevel,

1) Men zie die/.elfde tegenstelling in $ 35 I 4, 0, geciteerd siiprn png- 3.

Sluiten