Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorgeschreven, zijn in de geschiedenis voorbeelden te vinden van de beschouwing van den eigenlijken eisch als een ondergeschikten factor.

Zoo kende men in het oud-Vaderiandsch procesrecht, naast de rudimentaire clausule: salvojure addendi, minnendi, emendandi, mutandi,1 een met onze begrippen over lijdelijkheid van den rechter kwalijk strookende clausule, waaraan echter blijkbaar meer gewicht, dan aan de andere wordt toegekend. ' Zij luidt: of tot anderen alsulken eind, als mijne Heeren ex offcio vel jnris via, sullen oordeelen den Eischer best te mogen volgen, de salutaire clausule, uit kragt van welke" de Regter de magt heeft, om bij te doen, hetgeen tot de zaak behoort, en in den eisch niet is uitgedrukt, daarvan de praktijk te zien is bij Merula,4 waarmede zij den Juge laten de Liberteit buiten de genomene conclusiën te mogen gaan en recht te spreken zoo hem zijne conscientie en gerechtigheid van de zake zullen aanraden." 5 Volgens deze zeer liberale opvatting kan dus de rechter, uit de door den eischer opgegeven middelen, een andere, dan de in de dingtalen genoemde conclusie afleiden.6

En bij vermindering, èn bii wijziging hebben we gevallen leeren kennen, waarin de eigenlijke eisch tijdens het geding géén onveranderlijke grootheid is. Ja, men kan verder gaan. Men zou zelfs de opmerking kunnen wagen, dat vol-

1) Zie supra hl. 28.

2) Als zonder heteckenis wordt de clausule genoemd door Renaud $ 78 n 23, v. Har, Civ. procesur. 7.

3) Het is de vraag, of daarvoor de clausule noodzakelijk was, en de vrijheid niet reeds ambtshalve den rechter toekwam. Over de noodzakelijkheid eener conclusie merkwaardig: Damhouder Cl, 8.

4) Merula IV, XXXVII 3.

5) V. Leeuwen V, XIX 4; zie ook V, XV 8,

6) Op het verhand met de lijdelijkheid werd reeds gewezen door Voet, ad Pand. 2, 13nl3, terwijl v. Leeuwen, n. 5 supra vervolgt: „niettegenstaande zeker axioma — so moogen noch hehooren nogtans Partijen, vermogens onzen stijl, den Juge niet te adstringeeren, dat h»j zich hou de binnen de limite van de conclusiën, zonder dezelve in 't minst te excedeeren. W ord ook somwijlen de gedaagde gecondemneerd tot mindere somme!"

Sluiten