Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strekt niet een proces-systeem ondenkbaar is, waarin de gedetailleerde eisch niet door partijen wordt geformuleerd. Mogelijk ware, dat de wetgever aan den rechter overliet uit de in het geding geposeerde, en als bewezen aangenomen feiten, behalve de rechtsgronden óók op te maken wat aan elk der strijdende partijen toekomt. Het valt in het oog, dat wij in het strafproces een dergelijk instituut kennen! De eisch van den officier geschiedt pro forma; al zal de rechter in dien eisch wellicht een maatstaf vinden voor de door hem op te leggen straf, eenigermate aan dit requisitoir gebonden is hij niet. In ons burgerlijk geding daarentegen vindt de rechter in het petitum van partijen een maximum; zou streng genomen zijn lijdelijkheid medebrengen, dat het eigenmachtig toewijzen van een minus verboden is, de praktijk heeft met dit formalisme ook tevens de reed's in het R. R. verdwenen gevolgen der pluspetitio r.iet willen invoeren. - Trouwens, men doet beter die lijdelijkheid als beginsel slechts de verzameling van de gedingstof te doen beheerschen. - Maar een toewijzing van iets meer, of iets anders, dan het geëischte, kan in den vorm van het request-civiel een motie van afkeuring tegen den rechter na zich slepen.1

1 <utiji n nu kunnen uitdiukkelijk hebben te kennen gegeven, dat slechts over dat mindere, een deel bijv. der vordering, een beslissing wordt verlangd, en dan heeft de rechter dien - zeker zeldzaam voorkomenden — wil te eerbiedigen. Maai d( nkbaai is, dat slechts bij vergissing te weinig is gevoideid. In dat ge\al is de rechter toch gedwongen te overwegen, dat aan eischer 100 toekomt, en 80 toe te wijzen.2

1) Zie de redactie van art. 582, 2° en 3.. Rv.

2) Faure II 96, die onder wijzigen verbeteren en verduidelijken versta»t, wil den eischer toeslaan, zijn vergissing te herstellen. Maar wat is dan wbode» vermeerdering': Aan deze ipiestie knoopt zieh de vraag vast, die zich in de praktijk wel voorgedaan heeft; quid, als in het lichaam der dagvaarding een andere som genoemd wordt, dan in de conclusie, hij vergissing, en niet met opzet? Blijkens bovengemeld betoog moet dan m. i. de opgave iii de conclusie voor die in hel libel wijhu -, terwijl in alle geial latere verbetering mogelijk is. /.ie ontw., '65, b. II, tit I, art. 6.

Sluiten