Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sonde dagvaarding voorafgaand stuk niet in aanmerking komen. De jurisprudentie is liet tegenwoordig vrijwel hiermede eens,1 en ook in liet fransche recht luidt de beslissing niet anders." Zij is in overeenstemming met de in dit proefschrift gehuldigde opvatting, dat de vermindering van den eisch een resulteerend correlaat is van het vervallen der actie. Wanneer echter de eischer niet zelf vermindert, maar het verval door den rechter laat constateeren, blijft hooger beroep ontvankelijk. Maar na eenen, in den vorm eener vermindering gedanen, gedeeltelijken afstand van instantie, meen ik, dat de leer der uitsluiting van appel blijft opgaan, daar de beslissing, die de gedaagde over het weggelaten deel der actie kan blijven vorderen, hem zeker bevredigen zal, terwijl de handeling van den eischer als afstand van reclit moet worden gepresumeerd. Keurt de gedaagde den afstand van instantie goed, dan is hooger beroep over dit deel der vordering vanzelf uitgesloten, omdat het niet tot een vonnis komt.

De krachtens art. 134 toegelaten latere vordering van accessoria oefent daarentegen op de appellabiliteit géén invloed, daar immers alléén de hoofdsomin aanmerking komt; de zuivere, ten onzent onbekende vermeerdering daarentegen kan. uit den aard der zaak, een tweede instantie mogelijk maken.

*

# ♦

Tijdens het hooger beroep kunnen zoowel verminderingen plaats vinden, als de vermeerderingen, waarvan in art. 348

1) Zie Leun ad art. 131 Rv., aant. 14, en le supp.; Faurc V, 56; U 89; Haverschmidt

37 v.; laatstelijk nog Zwolle !'• v. J. 1905, 432.

2) Garsomiet 1 j CIA III n. 10, alwaar talr. schrijvers en jurispr. Pand. fr. v°. appel civil ii, 695 v.

3) Art. 54 2" K. O. Hg de kantongerechten spreekt de wet alléén van „vordering", art.

38 v. Hoofdsom is hier niet synoniem met kapitaal, doch lieteekent het hij het instellen der vordering verschuldigde. Zie Garaonnet I * 15h 2°; v. d. Kemp * 72; Hof Gelderland V. 621

Sluiten