Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eischer stelt verkoop van 100 halve balen grits in April 1901. Gedaagde ontkent zonder meer, en wijst na repliek op het voorkomen in een door eischer geproduceerden brief van den datum April 1900. Eischer corrigeert, doch wordt afgewezen.' „De kosten worden begroot op f iï>.—." Eischer vraagt betaling voor geleverd hout in eenige genoemde maanden van 1878. Gedaagde ontkent zonder meer den koop; verandering van 1878 in 1879 wordt verboden.2 En uit elke verzameling van jurisprudentie kan men de lijst aanvullen. Men denkt in al deze gevallen onwillekeurig aan den klassieken stakkert in het proces der legis actiones, »qui minimum errasset," en van rites succisae, in plaats van arbores had gesproken.

Het gevolg van dergelijke weigeringen is, dat de gedaagde wanbetaler den eischer kosten laat dragen, die wellicht zijn heele, met de zaak behaalde winst in beslag nemen; dat de vorm nog eens weêr over de materie heeft gezegevierd; dat de procureurs in een wat kwader reuk komen te staan; en dat ten slotte de gedaagde na een tweede geding toch moet betalen, na intusschen de rente over geruimen tijd te hebben opgestoken. Als tenminste de eischer de zaak nog voortzet!

Ik toonde reeds aan, dat dergelijke beslissingen werkelijk zuivere consequenties zijn van de leer, dat art. 134 ons vraagstuk regelt. Maar het bedenkelijke dier leer komt vooral duidelijk uit, wanneer we een onderzoek instellen naar de veel liberaler bepalingen, die in de voornaamste wetgevingen ovTer de actieverandering voorkomen, waaruit tevens blijken zal, dat een zoo streng verbod als dat onzer jurisprudentie géén noodwendig vereischte is in een welgeregelde procedure.

1) Amsterdam W. 7986. 2) Amsterdam R- B- 18H2 A 35.

3) Gajus IV $ 30. Vg. ecu vonnis van Groningen P.v. J. '94, 77, waarin óók verluiden werd „hoornen" in „kaphout" te veranderen.

Sluiten