Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij de belangen van beide partijen, na onderlinge vergelijking, de beslissing over de toelaatbaarheid van verandering influënceeren.

* *

Dat dit stelsel mijlen ver verwijderd staat van het door onze jurisprudentie, schijnbaar dooi' art. 134 gebonden, geaccepteerde, behoeft geen betoog. En wèl jammer is, dat zich onder onze schrijvers geen groote drang naar meerdere vrijheid voor den eischer heeft geopenbaard. Het schijnt, dat daarvoor het overzien der rechtspraak noodzakelijk is. Prof. Fanre ' vraagt alléén, of men zonder art. 134 niet tot een beter resultaat zou gekomen zijn? Mr. Faber' bepleit de afschaffing van het artikel in zijn strengen vorm, en betoogt de wenschelijkheid van de opname, tusschen de oude artt. 160 en 161, van een nieuw artikel, houdende toelating van den eischer, om, na opwerping van één of meer excepties door de tegenpartij, af te zien van den ingestelden eisch, en bij dezelfde akte opnieuw eiscli te doen. Behalve dat dit stelsel verre van elegant is, zou hier buitendien half werk worden verricht, door slechts een enkele categorie van gevallen aan het verbod van actieverandering te onttrekken. Mr. Hartzfeld3 acht wijziging van den „hoeksteen van ons procesduel" zeer noodzakelijk, en meent, dat het Duitsche Recht tot model voor de vervanging dienen kan; Prof. Visser, in zijn bespreking van Hartzfelds werkje,4 noemt liet voorschrift «inderdaad bedenkelijk." Mr. Paulus,5 bekoord door het fraaie Engelsche stelsel, zegt: »ons art. 134 is veel te streng." En Mr. Binger6 meende reeds bij de bespreking van het ontwerp 1865, dat het beginsel van art. 134 voor een deel

1) Faure II 97- 2) Ihemis 1881, 398 v.

3) Mod. Rechtspraak 14 v. 4) Tliemis 1906, 184.

5) liet burg. geding voor de Rings Bench Divisiou, 18.

6) Schr. of moud. regtspl-, 49.

Sluiten