Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onze praktijk echter — het werd reeds uitvoerig bij de behandeling van de vermeerdering van den eisch betoogd kent géén incidenteele vordering, die op de gedingstof betrekking heeft.1 Onze wet daarentegen sluit haar niet uit, omdat „alleen voorschriften zijn gegeven omtrent de wijze waarop, en den vorm waarin, incidenteele vorderingen moeten worden aangebracht en vervolgd, doch geenszins zijn bepaald de aard, noch de gronden der vorderingen."2 En een incidenteele vordering als de hier bedoelde behoeft lang niet zóó bezwarend voor den gedaagde te zijn, als sommige der nu reeds voorkomende. Want hij zal liever A. in B. veranderd zien, dan de echtheid eener handteekening ontkend, of een désaveu! Met dergelijke eischen intusschen kan de gedaagde wèl tijdens het geheele geding worden opgeschrikt!

Vergelijking van belangen dus. En men zou tegen het hier verdedigde stelsel het bezwaar kunnen opperen, dat wel tegen het ambtshalve bevelen van getuigenverhoor is ingebracht: hoe kan de rechter in casu uitmaken, wat het belang van partijen eischt? Men bedenke echter, dat beide procesvoerenden over de aangelegenheid worden gehoord, terwijl juist een onmiskenbaar voordeel is te achten, dat de gedaagde al heel scherp zijn ernstige bzwaren tegen het aanbrengen van veranderingen zal moeten omschrijven, om het bij de incidenteele conclusie wèl-gefundeerde' belang van den eischer te kunnen neutraliseeren! Want, daar in 99 van de 100 gevallen werkelijk geen concrete bezwaren, zonder smuk van phraseologie, zijn aan te voeren, werkt nu de vrijheid van den gedaagde, zich zonder motiveering tegen

1) In Duitschland is de eigenlijke incidenteele vord. onbekend. Men kent daar de Inzidentsfeststellungsklage van $ 280, welke bedoelt kracht van gewijsde te geven aan eenen grond der beslisging; benevens het naderhand te berde brengen der zg. Angriffsmittel van $ 27& C F O.

2) H. R., W. 707-

3) In de „middelen," waarvan in art. 247 (oud) sprake was.

Sluiten