Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanleiding geven, omdat ten eerste de middelen hier niet met de middelen der gewone dagvaarding identiek zijn, en ten tweede de wetgever request-civiel en cassatie slechts wil toelaten binnen enge grenzen, welke reeds in de dagvaarding 1 volkomen moeten worden bepaald.

Het vraagstuk der aanvulling zou dus al zeer eenvoudig zijn, wanneer in de praktijk ook werkelijk alléén die noodzakelijke feiten in de dagvaarding werden opgenomen. Het gebruik echter is ten onzent, den eisch reeds in dat stuk zeer uitvoerig te omschrijven. Men beschouwt de dagvaarding in alle opzichten als een conclusie, en verliest het voorbereidend karakter uit het oog. Het is begrijpelijk, dat in vele, en vooral de eenvoudige, gevallen de procureur gemakshalve den grondslag van den eisch reeds in de dagvaarding in details wil ontvouwen, omdat in de instructie die gegevens zeer waarschijnlijk toch grootendeels zullen moeten worden te berde gebracht. Omdat meestal2 de eischer den tijd kan kiezen, waarop hij den aanval wil beginnen, is er gelegenheid genoeg voor zorgvuldige voorbereiding. Maar dit gebruik leidde tot het bedenkelijke dogma van de noodzakelijkheid van uiterst uitvoerige redactie der dagvaarding, met het gevolg, dat onze jurisprudentie exceptioneel bekrompen is ten aanzien, zoowel van latere verandering dier gegevens, als van aanvulling daarvan. Luiden dan ook in de praktijk dagvaarding en conclusie van eisch immer volkomen gelijk, meermalen is op afschaffing dier conclusie aangedrongen. \\ as men zich bewust geweest van het principiëele onderscheid der beide stukken, — van de functie der dagvaarding, die zóózeer voorbereidend is, dat zij geheel buiten den rechter om wordt uitgebracht, en dat door haar de zaak

1) Artt. 890, 400 Kv. Zie nog art. 429, 2e lid.

2' Niet l)v. bij den eisch tot van-waarde-verklariii:_' van een beslap.

3' Zie ontw. 1865, m. v. t. 123; Ontw. Hartojrh, ra. v. t. ad art. 140; id. Heiinfante 1 32, 91 V; Fanre II 121; taure, Het summier proces, 21.

Sluiten