Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorkomen." En de dogmatische fout blijkt uit de tallooze gevallen, waarin de rechter liet stellen van nieuwe feiten in het geding verbood, niet op grond van eenig voorschrift, maar omdat.. .. het stellen van feiten bij repliek verboden is!1

De voordeelen van een beknopte dagvaarding zijn zoo gering niet!8 Heilzame gevolgen van tijds- en kostenbespaling liggen voor de hand, omdat in de instructie slechts die onderwerpen nader en uitvoeriger worden ontvouwd, die aanmerkingen van gedaagde liebben uitgelokt; breedvoerige exposés van den gedaagde bekende en onbestreden gronden kunnen achterwege blijven. En buitendien is het voor den eischei veelal volstrekt onmogelijk, reeds bij de samenstelling d< i dagvaarding alle stof, die in den loop van liet geding ter sprake zal komen, te overzien of te kennen. Zelfs is de wenschelijkheid beweerd voor gevallen, waarin de eischer mogelijk wel de gedingstof heeft overzien, maar wegens het delicate karakter der zaak een mininum aantal gegevens heeft gesteld, ' den redder de bevoegdheid te geven, van pai tijen aanvulling liarer conclusies op bepaalde punten te vorderen.4

Hoe dit zij, wij kunnen vaststellen, dat alle aanvulling tan gegevens, die de functie der dagvaarding eerbiedigt, moet worden toegelaten. De wet heeft dit onderwerp niet geregeld, zeker niet in art. 184, hetwelk tècli veelvuldig in deze materie wordt aangehaald. En omdat de aanvulling van feiten een zóó natuurlijke factor in de instructie uitmaakt,

1 Mtn zie bv. Hof Amsterdam % 82,7. Keeds in de dagvaarding moest, in een actie nit onrechtmatige daad, worden gesteld, in «elk opzicht gedaagde is te kort geschoten in 't nemen van maatregelen, of handelingen heeft achterwege gelaten, waardoor het ongeval ware voorkomen. Maar in casu moesten beide partijen liet verloop van het ongeval haarlijn kennen! I>e bedoelde feiten zijn dan ook slechts relevant voor de toewijzing van den eisch.

2j legen ,|e uitvoerigheid onzer dagv. óók l'aulus. Het burg. ged. voor de Kings Hench 17. Over het eigenaardige Engelsehe stelsel van het vragen van „Particnlars," ibid. 6H v.

.!> Iets dergelijks bewoog den 1) wetgever, in S 611 toe te staan, tijdens het geding nieuwe gronden voor echtscheiding aan te voeren. Buitendien wil j 616 ounoodige herhaling dezer procedures voorkomen.

4) Door Mr. Fockema Andreae in Jur. Ver. 1S91, 33 v.

Sluiten