Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorig geenerlei vermoeden, in den zin van art. 1959 B. W„ opleveren, omdat die afstand om zóóveel verschillende redenen heeft kunnen geschieden, dat daaruit volstrekt géén aanwijzing voor het ongegrond-zijn der eerste actie is te deduceeren.1 Slechts de latere schrijvers over het DuitschRomeinsche proces leidden uit afstand van instantie na de litiscontestatie, zonder gedaagde's toestemming, afstand van de actie-zelve af.2 Maar reeds Bayer -1 wees, met het oog op het Romeinsche Recht, op gevallen, waarin door het instellen der eene actie de andere te niet ging; waarin men door die instelling van de andere afstand deed; of waarin in den loop van het eerste geding voor den gedaagde voordeelen waren ontstaan, die behouden moesten blijven; waarin, in één woord, den gedaagde door instelling eener tweede actie een recht werd benomen. Voor zoover die rechten nog erkend worden, waakt voor deze nü het afstandsverbod. En verder wordt het belang van den gedaagde, óók bij afstand vóór het antwoord, beschermd in de enkele ten onzent nog bestaande gevallen van electieven concursus.4 Immers, na a. v. i. van een petitoiren eisch kan de eischer niet meer possessoir ageeren;5 na het vorderen van vergoeding van een endossant voor een geprotesteerden wisselbrief kan de houder géén lateren endossant meer aanspreken;0 na het aanvangen van een eisch tot scheiding van tafel en bed kan geen echtscheiding meer

1) Men vergelijke het onderscheid, dat door Leonhard, Giitt. Gelehrte A. 16, 6t5, wordt geformuleerd tusscheu Behauptungswiderruf en Aufhebung des Processes. Slechts van het laatste is sprake.

2) Zie Wetzell $ 14 n 91; Renaud $ 76.

3) Bayer $ 24 v. (Koopprijsvordering na een actie ex lepe commissoria: actio furti na actio mandati.)

4) Faure II, 101 v.

5' Art. 131 Rv. Tenzij natuurlijk naar aanleiding van een nieuw feit, R B 1878, 163 v. Anders: v. Kossem, ad art. 13U v. n 4. Uitvoerig II. R., W. 4205. Glasson, Précis I 695, laat na a. v. i. de poss ssoire actie wel toe, doch vermeldt eene controverse. I)e redelooze bepaling van het verhandhoudend art. 130 is in I). door de Novelle afgeschaft; Schmidt Lb. Krgiinzung, 112.

6) Art. 186 K.

Sluiten