Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaagde het recht behoeft beuomen te worden, een eindvonnis te verlangen aangaande den eerst-ingestelden eisch, hoewel voor hem tevens de verplichting bestaat, zich over den veranderden eisch uit te laten. De belangen van eischer en gedaagde zijn hier zeer wel te verzoenen, terwijl trouwens den laatste noodeloos last wordt berokkend, wanneer hem de gelegenheid wordt ontzegd, zich in het loopende geding over de gewijzigde vordering uit te laten. Met alle zekerheid toch is te verwachten, dat de eischer zoo gauw mogelijk, zonder aandacht aan het eerste geding te wijden, na het vinden eener vergissing of omissie een tweede dagvaarding zal doen uitbrengen,1 terwijl wel alléén in zéér frappante gevallen de gedaagde bij een vonnis over den eersten strijd belang kan hebben. Want wij hebben de mogelijkheid van veranderingen betwist in die gevallen, waarin de eischer het oog ging vestigen op een andere rechtsbetrekking, waarin het doel van het geding in engeren zin veranderd werd. En in andere gevallen zal de eischer wel willen toegeven, dat de eerst-ingestelde actie niet bestaat, hetgeen in Duitschland ten overvloede door een z. g. Verzichtsurteil - met kracht van gewijsde kan worden geconstateerd. Daarmee is elk gevaar voor herhaling geweken!

1) kleiiidchrud, KI. A. 66.

2) » 306 C PO. Ook bij „vermindering" van den eisch mogelyk, supra bl. 45.

Sluiten