Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voltooiing van dit proefschrift biedt mij een welkome aanleiding tot het uitspreken mijner erkentelijkheid jegens de Professoren der Theologische Faculteit, waaronder liet mij vergund zij hier tevens de Hoogleeraren Oort en Groenewegen te begrijpen. Zeker niet minder dan aan Uw onderwijs in de collegezaal, heb ik te danken aan Uw groote welwillendheid en hulpvaardigheid, daarbuiten mij betoond.

In het bijzonder geldt dit van U, Hooggeleerde Lake. Terwijl ik geen gelegenheid had Uw lessen te volgen, heb ik in ruime mate genoten van Uw raad en voorlichting bij het samenstellen dezer verhandeling. Aanvaard mijn hartelijken dank voor Uw zeer gewaardeerde hulp.

Niet minder ben ik verschuldigd aan Uw voorganger. Het was onder den invloed van Prof. Van Manen dat ik mij tot deze studie zette, en met de smart over zijn gedwongen afscheid mengde zich de groote teleurstelling, dat ik zijn oordeel over mijn werk niet meer mocht vernemen.

Hij was de tweede die heenging. Met innigen weemoed herdenk ik den man wiens invloed op mijn vorming ik zoo sterk heb ervaren. Uw nagedachtenis, diepbetreurde Tiele, is mij onvergetelijk.

Bij het afdrukken dezer verhandeling was Uw hulp, Hooggeleerde Verdam, mij een heerlijke steun. De nauwe betrekking, waarin ik tot U mocht komen te staan, schonk mij het voorrecht van Uw leerzamen omgang. Gaarne grijp ik deze gelegenheid aan, U daarvoor mijn hartelijken dank uit te spreken

Op hoogen prijs stel ik het, mijn waarde Oom, dat ik dit proefschrift aan U mag opdragen. Aanvaard het, als een klein bewijs van erkentelijkheid voor de hartelijke belangstelling en vriendschap, die ik Uwerzijds steeds mocht ondervinden.

Doesburg, Februari 15)06.

Sluiten