Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erkend. Kenan, Jenkins, Réville, Haruack, trachten die voor einzelne Termini" weg te nemen, door ze tot „spatere Zusa /.e oder Correcturen" te verklaren; maar Réville moet toegeven que l'on peut soupQonner plutót que démontrer ...Derge «ke onuitgesproken verdenkingen zijn natuurlijk voor opzettelijke weerlegging niet vatbaar! Anders is dit met de pogingen door Harnack l) en Völter •) gedaan, om, bg erkenning van de chronologische bezwaren, ten minste nog de echtheid van den briefvorm (Völter) en het auteurschap van Ignatius (Harnack) uit den faillieten boedel te redden. De door hen voorgeslagen oplossingen worden in de desbetreffende paragrafen besproken.

Weliswaar hangt de geschiedenis van het episkopaat en de andere gemeenteambten voor een goed deel af van de uitkomsten van het onderzoek der Ignatiaansche brieven, en kan men zich dus moeilijk daarop beroepen tot het vaststellen van den ouderdom dier brieven, - maar de omstandigheid dat deze geschriften de éénige getuigen zijn voor 't bestaan diei am j en in 't begin der tweede eeuw, wekt rechtmatigen twijfel aan hun historische waarde. Twijfel, méér niet; geen bewijs! Hetzelfde geldt met betrekking tot den gemeentelijken Eeredienst.

De vraag naar de verhouding tusschen de Ignatianae en andere voortbrengselen der Oud-Christelijke letterkunde wordt m i 't best behandeld bij 't onderzoek naar den Aard en de Samenstelling van 't werk (Hoofdstuk III) zonder bij de tijdsbepaling (in Hoofdstuk IV) daarop te steunen. Vrijwel algemeen wordt erkend dat de Ignatianae van een, grooteren of kleineren, bundel Paulinische brieven afhankelijk zijn. Voor wie dan nu over dezen laatst en de beschouwing van Loman, Steek en \ an Manen deelen, zou de kwestie geen kwestie meer zijn.

De beantwoording van de vraag naar de strekking van onze brieven is tot het laatst (Hoofdstuk V) uitgesteld. Zij wordt bepaald door den aard van 't werk, door de tijdsomstandigheden

') A. Harnack, Die Zeit des Ignatius u.s.w., Leipzig 1878.

* D. Vfilter, Theologisch Tijdschrift 1886, bl. 114-136; 1887, bl. 272 320, Die lgnatianischen Briefe auf ihren Ursprung untersucht, Tftbingen 1891.

Sluiten