Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

coniectuur te moeten voorslaan, is dit uitdrukkelijk vermeld en gemotiveerd.

De Ignatius-bricven zijn aldus afgekort: El'; Mgn; Tr; Kom; Phd; Sm; Pol. De Polycarpus-brief aan de Philippiërs: Pol. Plip. De Paulus-brieven aan Romeinen en Efesiërs als: P. Rom. en P. Ef.

Bij de behandeling der Eenheidsvraag heb ik de zes „KleinAziatische brieven" (Völter) tegenover Rom. met een VI aangeduid.

§ 2. Literatuur.

Een overzicht — van den beginne af — te geven van de Ignatius-literatuur, moet na Lightfoot op zijn zachtst overbodig heeten. Hij geeft een volledige opsomming ') van alle kritische tekstuitgaven der korte recensie, van Ussher in 1044 tot Funk in 1878 toe, een opsomming die nog slechts door de vermelding van Funk's lateien arbeid van 1901 en dien van Hilgenfeld van 1902 is aan te vullen. Bovendien vinden we bij hem een kritisch overzicht2) van de geheele literatuur, waarin een Nederlander echter de namen van Kist3), Junius4), Steenmeyer ')j Duker en Van Manen(>), mist ). Dit overzicht te copiëeren heeft geen zin — ik heb gemeend met het zeer korte in § 1 te kunnen volstaan.

') J. B. Lightfoot, aangehaald werk, Part II, Vol. II p. 6, 7.

■) Il.id. Vol. I p. 237 245; p. 330 -334; p. 281 -280.

s) N. C. Kist, Archief voor Kerkelijke Geschiedenis enz. II hl. 1 —01; X bl. 1—159.

4) F. J- J. A. Junius, He zeven brieven van Ignatius uit het Grieksch vertaald, met inleiding en aanteekeningen, Tiel 1858.

Dezelfde, De oorsprong en waarde van de verschillende verzamelingen en recensiPn der brieven van Ignatius, historisch-kritisch onderzoek. Tiel 18;>9.

5) J. Steenmeyer, Iets over Ignatius en zijne brieven, naar aanleiding eener verhandeling over den oorsprong en de waarde enz. door F. J. J. A. Junius, Arnhem 1859.

«) Dnker en Van Manen, Oud-Christelijke Letterkunde, de geschriften der Apostolische Vaders, Amsterdam 1871, 2 dln.

;) Voor de oudere literatuur verwijs ik nog naar het bovengenoemde werk van Junius, hl. 17 50, en voor de jongere — ook de Nederlandsche — naar 0. Bardenhewer, Patrologie, Freiburg i. B. 1894, S. 00 71.

Sluiten