Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit niets blijkt dat Irenaeus Ignatius als schrijver dezer woorden gedenkt; dat de geciteerde auteur martelaar was, kan hij uit Iioni. weten.

Origenes noemt Ignatius tweemaal.

1°. Prol. in Cant. Cant. (ed. de la Rue, Tom. III p. 30 a): Denique memini aliquem sauctorum dixisse Ignatium nomine volgt citaat Rom 7.

2e. Hom. VI in Lucam (ibid. p. 938 b):

Unde eleganter in cujus* xaArög tV fxa>i> fiÜQzvgóg

dam martyris epistola xivog êjuazolfttv ytyqunzaï tor scriptum reperi; Ignatium dico, 'Iyvaziov Myu, zov /Jtza zov fiaepiscopum Antiochiae post xdgwv Tlézgov zijg Minioxu'as ÓtvPetrum secundnm, qui in tfpoi' iitioHunov, zbv iv tc3 diayfi<a persecutione Romae pugnavit iv 'Piófiij 0»/yioig fia^oafuvoi'.

ad bestias volgt volgt citaat Ef 19.

citaat Ef 19

Origenes onderstelt geen algemeene bekendheid van Ignatius: aliquis sanctorum, fiugivg zig, heet hij. Zijn martelaarschap te Rome kan aan de Brieven zijn ontleend; mogelijk is dit ook het geval met de mededeeling dat zijn martyriuin „tijdens de vervolging" plaats vond '). Dat Ignatius „na Petrus de tweede Antiocheensche bisschop" was, moet uit een andere bron, misschien een bisschopslijst, zijn geput.

Eusebius vermeldt Ignatius tweemaal in zijn Kroniek, en tweemaal 2) in zijn Kerkgeschiedenis, aldus:

Kroniek (ed. Schoene).

le. (Volgens de Armenische vertaling) p. 1586.

A. Abr. 2085 = Vespas. I — Antiochiae secundus episcopus

constitutus est Ignatius.

(Volgens Hiëronymus) p. 157 x.

A. Abr. 2084.

') Vgl. heneden, § 5 hl. 57.

'■) Dit zijn althans de belangrijke plaatsen.

2

Sluiten