Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaande overlevering, tegen documenten als onze Brieven in, een zóóveel nuchterder, minder avontuurlijke lezing zou ontstaan — waarvoor we bovendien geen motief hoegenaamd kunnen aangeven. Een meer directe aanwijzing: Geen enkele eenigszins betrouwbare mededeeling aangaande Ignatius' verder lot te Rome is ons bewaard gebleven '); toch mochten we die verwachten, wanneer we nagaan welke bijzonderheden ons, volgens Harnack 2), uit de „Voorhistorisch Christelijke periode" van Rome zijn overgeleverd. We zullen zien dat de Antiochiëtraditie meerdere, en betrouwbare, bestanddeelen bevat.

Wij zagen hoe Eusebius de beide overleveringen in hoofdzaak nog uit elkander houdt, de eene in zijn Kroniek, de andere in zijn Kerkgeschiedenis. In het Chronicon Paschale leerden we een samensmelting van beide kennen; ook bij andere schrijvers treffen we die aan.

Hiëronymus 3) b. v. combineert klaarblijkelijk de twee tradities, wanneer hij, na de vermelding van Ignatius' tocht naar Rome en zijn marteldood in die stad, meedeelt dat de martelaar op een kerkhof in Antiochië begraven ligt. Pas Chrysostomus4) voelt de onderlinge tegenspraak in die berichten, en daarmee de noodzakelijkheid ze te verzoenen; hij verhaalt, hierin gevolgd door den schrijver der Acta Antiochena J), dat Ignatius' reliquieën van Rome naar Antiochië zijn teruggevoerd.

Wie deze berichten leest, zal ongetwijfeld den indruk krijgen dat we hier met een traditie „in statu nascendi" te doen hebben, met een ongeloofwaardige dus. Chrysostomus beschrijving is klaarblijkelijk louter fantasie, waaraan geen spoor van historie ten grondslag ligt. Zelfs Lightfoot moet dit erkennen; het probleem, hoe de mededeelingen van Hiëronymus en Chrysosto-

') Vgl. Zalin's en Lightfoot's kritiek op de „vergleichsweise ursprflnglii-hen Martyria".

a) A. w. [zie bl. 14 N°. 26].

:l) Zie boven, § 3 lil. 20.

J) Zie boven, § 3 bl. 20.

•"') Zie boven, 4) 3 bl. 21.

Sluiten