Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer wij nu in deze paragraaf zullen handelen over den aard van onze geschriften, willen wij ze beoordeelen naar den vorm en naar den inhoud; achtereenvolgens willen wij deze vragen behandelen. Blijkt ons, bij nauwkeurige lezing, dat de briefvorm streng is volgehouden? Geven de geschriften blijk van een persoonlijke betrekking tusschen schrijver en lezers, zoodat we ze mogen beschouwen als gericht aan bepaalde personen, of aan bepaalde groepen van personen? Is er een bepaalde aanleiding tot schrijven? Wat is de bedoeling van den auteur?

I. Blijkt ons, bij nauwkeurige lezing, dat de briefvorm streng is volgehouden?

Alle zeven brieven zijn voorzien van een adres, maar zeker van een ongewoon. Behalve dat van Pol. zijn alle adressen overladen met dogmatische termen en zelfs met dogmatische beschouwingen. In sommige vinden we Christologische polemiek (rtaftos wU/tfn'ó" in Ef.; fióvos vtóa in Rom.); in andere een korte aankondiging van den inhoud, soms als vermaning («.v tr tri 5,0tv ovv r,o imöxó™ in Phd.), soms als verheerlijking (ueyvevovo,, in Tr., of 7Ilöt£t Kai in Sm.); enkele adressen

zijn gewrongen, onduidelijke zinnen (Ef.), die met afloopen (Mgn.), of onverhoeds in den brief overgaan (Phd.). Zeker een zonderlinge manier vau schrijven, wanneer we deze inleidingen als werkelijke adressen beschouwen; een onverklaarbare slordigheid in een schrijver die zijn brieven bezorgd wil hebben! Tusschen dien omhaal van woorden is de plaats van bestemming duidelijk aangegeven, ja, overdreven duidelijk. Bij Efese en Smyrna is de bijvoeging „rijg 'Aaien" toch wel overbodig te noemen. Lightfoot zoekt in zijn Commentaar die aanduiding te verdedigen, en wijst ad loc. voor Efese op dezelfde bijvoeging bij Irenaeus1); voor dezelfde aanduiding van Tralies weet hij geen parallel bij te brengen, terwijl hij overigens toestemt dat de bijvoeging volstrekt overbodig is. Wat is de reden van die overdreven duidelijkheid? Met eenigen goeden wil kunnen we ons wel voorstellen hoe die brieven bezorgd moeten zijn; we

') Vgl. beneden, § 11.

Sluiten