Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

persoonlijk inzicht, zijn wij niet geneigd hun in dezen veel geloof te schenken *).

Zalm grondt zijn oordeel ten eerste op de volgorde deiBrieven in de verschillende verzamelingen '). De Grieksche en Latijnsche Hss. der korte recensie geven eerst de zes KleinAziatische brieven; dan vijf Deutero-Ignatianae uit de vierde eeuw, welke ook in de verzameling der lange recensie voorkomen, in verband met de geïnterpoleerde Eusebiaansche brieven; eindelijk de Acta Antiochena met Rom. Hieruit leidt Zahn af, dat de verzamelaar van den tweeden bundel een „Sylloge Polycarpiana" van slechts zes Eusebiaansche brieven kende, welke hij met vijf jongere verbond; een ander zou er de Acta Antiochena met Rom. hebben bijgevoegd. Lightfoot3) bestrijdt dit: de plaatsing aan het einde der verzameling is begrijpelijk, omdat Rom. ons aan het eind van Ignatius' leven verplaatst; dubbel begrijpelijk, omdat de brief is vervat in het Martyrium van den Heilige, dat bestemd is de verzameling van zijn brieven te besluiten. Bovendien staat Rom. in de Hss. der Armenische vertaling vóór de Deutero-Ignatianae, zoodat daar de zeven Eusebianae ééne verzameling vormen. Met deze omstandigheden is m. i. door Zahn niet voldoende rekening gehouden.

„Entscheidend aber ist für meine Behauptung dies", zegt Zahn S. 115, „dass der Römerbrief wie er jetzt am Schluss aller Handschriften der Sammlung B (d. i. de lange recensie) steht, zwar allerlei Textverderbnisse, aber nicht die Systematische Interpolation erfahren bat, welche die voreusebianischen Briefe dieser Sammlung charakterisirt." Al dadelijk kunnen we

') De onderstelling dat vóór de afzending, of onmiddellijk na de ontvangst van de brieven, copieën konden worden gemaakt, getuigt van een eigenaardige opvatting van „brieven", die m. i. toch altijd een eenigszins vertrouwelijk en persoonlijk karakter dragen (vgl. § 6). Die opvatting nadert tot de beschouwing als „Open brief' = „Verhandeling in briefvorm." Maar zoover wil noch Zahn, noch Lightfoot gaan. Dan ware het ook maar één stap tot de uitspraak dat de briefvorm inkleeding is.

*) Vgl. beneden, het lijstje in § 8, hl. ÏKi.

") A. w. [zie hl. 13 N". 12] 1 p. 275 -279.

Sluiten