Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veren, daar nuQuttaltlv in Rom. herhaaldelijk voorkomt (b. v.

cap. 4, 7).

„Eine sprechende Differenz" noemt Dr. Völter het, dat net woord «ft» vijfmaal in de VI voorkomt, tegenover zestienmaal in Rom. Die „Differenz" wordt iets minder „sprechend" wanneer we in aanmerking nemen dat van die vijf keeren er drie op Phd. komen, in cap. 7, 8 en 10. Werkelijk is het een eigenaardigheid van onzen schrijver, zich in een zeker verband te houden bij het woord dat hij eenmaal koos; in een ander gedeelte van zijn werk gebruikt hij dan vaak een ander; zoo b. v. (*«tü) iQieuuv^óv driemaal in Mgn 10, terwijl we gewoonlijk Kata 'Ir)<s0vv XqiOiÓv lezen; ZOO tvkoyeïv en t^oyqiós Ef isc. 1, 2 (ook Mgn. isc.), tegenover b. v. o? tv 'Iijooü Xqlotü Phd 10,

enz. Toegegeven moet echter worden, dat = desidero

uitsluitend in Rom. voorkomt, evenals Inmni» en Mi] (dit ook in de samenstelling qptAóvlov), „Begriffe von denen man, falls der Römerbrief mit den kleinasiatischen Briefen zusammengehörte, erwarten dürfte, dass sie in der Gedankenwelt des Verfassers eine Rolle spielten." Bruston wijst nog op woordspelingen als met JOm», Svatg (Rom 2), en op een reeks van composita als met <*;«>- (Rom. isc.), welke typisch zouden zijn voor den schrijver van den brief aan de Romeinen. Dit nu komt mij voor, geen grond tot splitsing te leveren. We kunnen op tal van woorden wijzen, die uitsluitend in één van de VI brieven worden aangetroffen, zooals avat|>i5xo> Ef 2 en Tr 12, xaXoxayct&i'cc Ef 14, óvaxaeuOTos Phd 5, en die toch alle begrippen zijn welke evenzeer in de gedachtenwereld van den schrijver der andere brieven thuis behooren. Bovendien kunnen we naast Wr, en ydóviov Rom 6 en 7, het woord Phd 3

plaatsen (cf. anoiivUfa Rom. isc.); naast de reeks Rom. isc., de composita met ow- Pol 6; naast de woordspeling met Svvai, dvatS Rom 2, die met Mt/iévog, xaTÜxgnos1) passim; die met nQoK«»wèvoi en rvnog 2) Mgn 6; die met imoOavtiv Tr 2;

') Zie boven, § 5 bl. 50—52.

2) Zie beneden, § 12.

Sluiten