Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid te onderstellen met een Paulinischen briefbundel — anderzijds doen de woorden „ol yivoizó fioi inb xa i'xvt] evgeOijvai" ons vermoeden dat ook de Paulusgeschiedenis haar invloed op hem heeft doen gelden.

Die invloed blijkt mij uit de eigenaardige opvatting van Ignatius' gevangenschap. Weten we in een vorige paragraaf de merkwaardige voorstelling, die de schrijver van den gevangen bisschop had, aan het feit dat hij zich te weinig indacht in den toestand van zijn held — ongetwijfeld brachten de verhalen, over Paulus in omloop, er het hunne toe bij om hem heen te helpen over het verwarde en verwarrende zijner voorstelling. De overeenkomst tusschen Paulus' laatsten tocht en de reis van den Ignatius der Brieven, beide met Rome als einddoel, beide in zekeren zin vrijwillig (immers, Paulus beroept zich op den keizer en „Ignatius" verzekert ons: „av^aiphtog, sxmv vncq tffoü anodvi'fiy.m"), schijnt me toe niet toevallig te zijn. Nog blijkt die invloed uit de aau Ignatius toegeschreven reisroute: Het is een goddelijk otjufia, dat Paulus volgens Hndl. 1610 van Troas naar Neapolis wenkt, en onmiddellijk wordt daaraan gevolg gegeven: „evQvdQOfirfiafitv" heet het vs. 11. Leggen we nu Pol 82-3 daarnaast, dan treft ons behalve de vermelding van diezelfde plaatsen, Troas en Neapolis, het „ij-a/?vijs nXeiv" en het „ó>s *b x) jtQoazdaaei"; de combinatie dezer drie

punten maakt afhankelijkheid in dezen zeer waarschijnlijk.

Uit welk geschrift kende „Ignatius" deze berichten? Het antwoord op die vraag moet naar mijn meening luiden: uit onze kanonieke „Handelingen". Toegestemd moet worden, dat de bovengenoemde punten van overeenkomst verklaarbaar zijn uit de kennis van een ouderen vorm der Hndl.; toegestemd wordt, dat de punten van overeenstemming tusschen Mgn 52

') Zij die hier aan een keizerlijk bevel denken, komen mij voor te dwalen; Rom l3 en Sm ll4 kan de zin van geen andere zijn dan fui^a »ioü;

uitdrukkelijk wordt dit „»«oü" Ef. isc4. Tr l3 en Sm l6 er bij gevoegd, terwijl Ef 20' en Phd. isc.9 „Xfjiaroü" is aan te vullen. Nergens dus heeft tilij/ia de beteekenis van „menschelijk bevel".

Sluiten