Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen bisschop van Rome wordt vermeld mag, gelijk weboven *) vaststelden, niet gelden als een bewijs dat dit ambt aldaar niet bestond. Geen spoor vinden we trouwens dat de naam van het ambt verklaard, de betrekking omschreven moet worden. Integendeel; de schrijver acht zijn lezers, die hij zich — gelijk we boven zagen — niet tot een kleinen kring beperkt denkt, volkomen op de hoogte; hij is niet bang misverstaan te worden. In zekeren zin kunnen we dan ook met Zahn2) instemmen, wanneer hij uit de Brieven besluit dat het episkopaat in KleinAzië als een duidelijk van het presbyteriaat onderscheiden ambt bestond, omdat het als zoodanig noch door ketters, noch door presbyters bestreden (vgl. Mgn 42, Ef 4, Tr 12°), maar alleen in beteekenis onderschat wordt. Deze uitbreiding moeten we echter aan Zahn's woorden geven, dat de schrijver ook bij zijn nietAziatische, Romeinsche lezers kennis van een dergelijk episkopaat onderstelt.

Vanzelf voert Zahn's opmerking naar een volgende vraag: hoedanig was het episkopaat dat onze schrijver kende, en wat wilde hij ervan maken?

De bisschoppen hebben locale macht: steden zelfs, die zoo dicht bijeen liggen als Efese, Magnesia en Tralies, hebben elk haar eigen bisschop; maar ook niet meer dan één ieder, zie Phd 4; verder Ef 5, Sm 8 en passim, waar van „ó èmoKonog" sprake is. De woorden tov ijilanonov ZvQiag, Rom 28, mogen ons niet doen twijfelen aan het plaatselijk karakter der bisschoppelijke waardigheid; de bedoeling dezer uitdrukking stelden we boven 3) reeds in het licht.

Op een enkele plaats doet de schrijver echter een poging om de bisschoppelijke autoriteit uit te breiden buiten den kring zijner gemeeute: Ef 38. Boven stelden we reeds vast, dat de woorden ot inCaxonoi, ol nazet ra negara ógiodtvzes moeten worden verklaard als xarct xa négctxct rfis yfjs, d. i. natuurlijk tot de grenzen

') Zie § 11 bl. 129.

') A. w. [zie bl. 13 N°. 1] S. 306.

3) Zie bl. 133.

Sluiten