Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles 6/iovoia &eov te doen, itQOxct&tjtiivov xov tmoxónov tig ivnov *) »tov, xcti x&v nq«S§vziQO>v tig xvnov avvtiqlov twv anooxókav xaï töv öiMÓvav x.x.k. De beteekenis van nQox«9wivov tig xvnov kan hier wel geen andere zijn dan: „terwijl de bisschop voorzit (de leiding heeft) als type, beelddrager, Gods — de presbyters gelijk aan den apostelraad". Voor de diakenen nu, is geen hemelsch type gezocht. Wel worden zij met bisschop en presbyters van de overige gemeentenaren onderscheiden, maar zij zijn lager in rang en hebben klaaiblijkelijk geen deel aan het bestuur. Schijnbaar wordt dit weersproken door de woorden Ivw^t/re rö imanónm xai xoig ngoxa9>ifiévoig tig xvnov xcti did«^rjv atpduQOtag Mgn 610, waar na den bisschop onder de nQOKa&rintvoi zeker presbyters én diakenen te verstaan zijn; maar itQoxa&ijiicii heeft hier den zin van „vooizitten = voorgaan, ten voorbeeld zijn", gelijk blijkt uit de verbinding inet tig xvnov (hier = voorbeeld) xai öiöctpjv ).

Werkelijk wordt op de dienstbaarheid der diakenen alle nadruk gelegd: awiovkoi heeten ze Ef 2', Mgn 2', Phd44, Sm 12 , waar het aw- de hardheid van het Sovkog moet verzachten, gelijk onze schrijver hen Mgn 6'' hioi ykvxviaxoi noemt. Voor-

') De juiste lezing dezer plaats is slechts vast te stellen in verband met die van Tr 3*. Aldaar leest Hilgenfeld: .... ènlaxonor, ovta iiiv toö nargd?, volgens G; in de bewijsplaatsen welke hij, behalve Mgn 6', opgeeft, nl. Ef (5 , Mgn 2', Tr 2' en 126-7, vind ik niets wat een dergelijke opvatting motiveert. L, die de (m. i. corrupte) lezing van G zoekt te verbeteren, wordt slechts door Duker gevolgd: .... episcopum ut Jesum Christum, existenten filium patris. Zahn, Lightfoot en Funk geven: tnioxonov, Irra ruttov tov narcis, een lezing die ongetwijfeld aan g ten grondslag ligt, en steun vindt in de Syrische vertaling (niet i") en in A.

Aldus is Tr 32 een sterk argument voor de lezing welke wij in den tekst voor Mgn ü geven. G, L en g hebben eenstemmig beide malen tóno, voor tvnov, aldus lezen Hilgenfeld en Duker, en - minder begrijpelijk met het oog op zijn lezing van Tr 3= — ook Funk. Daarentegen geven Zahn en Lightloot, steunend op den Syriër en den Armeniër, en niet het minst op de plaats uil Tr., tl; tunov. Men raadplege de aanteekening bij Lightfoot, ad loc.

!) Zoo levert dit cap. mede weer een bewijs voor de zonderlinge wijze waarop „Ignatius" met woorden en begrippen speelt, zoo men wil: woordspelingen maakt.

Sluiten