Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 13. De gemeentelijke eeredienst.

Weliswaar hangt de geschiedenis van den eeredienst in de Oud-Christelijke gemeenten voor een goed deel af van de uitkomst van de kritiek der Ignatianae; zij staat althans met voldoende vast om daaruit een beslissing af te leiden aangaande de dateering onzer Brieven — maar nu Zahn ') langs dezen weg, in drie gegevens, de juistheid der door hem gevonden tijdsbepalingJ) zoekt te bewijzen, dienen wij hem te volgen. Een nauwkeurig onderzoek naar den eeredienst, dien de Briefschrijver in de gemeenten van zijn dagen kende, is dan een

eerste vereischte.

Onze schrijver hecht groote waarde aan godsdienstige samenkomsten Pol 4\ in tegenstelling zoowel met hen die zich daaraan geheel onttrekken3), (aldus Ef 5» en 18\ Sm 71) als met hen die afzonderlijk hun godsdienstplichten vervullen (aldus: Ef 20'', Mgn 74-5, Tr 124~5, Phd 4 en 6"). In die samenkomsten ziet hij een groote kracht ten goede: versterking van het geloof, bestrijding van het kwaad, maar tevens een waarborg voor de eenheid der gemeente tegenover de ketters-scheurmakers. In dit laatste verband stelt hij het samenkomen gelijk met het in

i i n k Mini 74-5 Phd 4 in verband met

intOHonov elvcti ), zie D. V. iMgn < , i nu •*

Sm 8, enz.

Mgn 92 leert ons dat de Zondag gevierd werd; wanneer we dan in de Plinius-correspondentie lezen dat de Christenen „stato die" bijeenkwamen, ligt het vermoeden voor dejiand dat die dag de Zondag was. Het nvxvóxtQov van Pol 43 doet ons echter vermoeden dat samenkomsten, ook op andere dagen,

niet ongewoon waren.

In het algemeen wordt het awsQ-^cti of ènl tö avib ylvtaQui

') A. w. [zie bl. 13 N°. 1] S. 34-2 fgg.

5) Begin der tweede eeuw.

J) TlvKvóueOV Ef 13 dringt aan op trouwer bezoek, Pol 43 op een grooter aantal der samenkomsten (Zahn, a. w. [zie bl. 13 N° 11 S. 345 Anm. - tegen Ligbtfoot, ad loc.).

4) Vgl. boven, § 12 1)1. 141.

Sluiten