Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en tot drank wil ik zijn bloed; hiermee is de parallel voltooid, en het dan volgend o iauv ayanr\ aq>9<*<>Tog schijnt een overtollig aanhangsel. De woorden slaan niet op üqtov xal nó(ia maar op ftite. Om dit te begrijpen moeten we verder teruggaan. 'O 'iQcos ») iazavgmai heet het reg. 7, en ovX ifoqpf <p9o9ag

reg. 9; welnu, hier ligt de tegenstelling: tegenover zijn lagere begeerte (*>*), tegenover vergankelijke genietingen, is 's schrijvers wil gericht op de gaven Gods, en die wil

is onvergankelijke liefde.

Evenmin kan ik Zahn's opvatting deelen ten aanzien van het uyanav Sm T, dat volgens hem = ,v nonïv zou zijn. Het ongewone dezer uitdrukking stemt ons niet gunstig voor Zahn's voorslag; bovendien, met behoud van de gewone beteekenis „liefhebben" is de plaats volkomen verstaanbaar, wanneer we slechts bedenken dat een der grieven tegen deze ketters gebrek aan liefde2) is (Sm 67). In alle andere plaatsen waar hy&itn voorkomt, is omnium consensu de beteekenis = liefde.

Nergens nu, wordt de agape met de proseuche verbonden, wat weer drie mogelijkheden opent, overeenkomende met de tevoren geopperde: beide behooren in één samenkomst, welke door elk van de twee woorden proseuche en agape kan worden aangeduid; of beide zijn van elkaar gescheiden en in de twee namen worden twee vormen van samenkomsten onderscheiden, waarvan een van beide tevens de eucharistie omvat; of eindelijk, er zijn drie vormen van godsdienstoefening, elk aangeduid met

een der drie namen. M

Zahn onderscheidt tusschen een „Gebetsgottesdienst , ngoaevxv, en een „ Abendmahlsgottesdienst", die dan de en de iyaitr, (de eerste als onderdeel van de laatste) zou omvatten. Dit laatste is een gewichtig punt in Zahn's betoog, en - zooals we zullen zien - een van zijn uitgangspunten voor de tijds-

•) 'Eow; komt in het N. T. niet voor; slechts tweemaal in He LXX, nl. Spr. 7'" en W6 (24"), en (laar is de beteekenis zeker = zinnelijke, aards.'he lietde,

vgl. ook Rom 2J. .

2) Dit is toch zeker de bedoeling van de plaats: hun onverschilligheid jegens

ongelukkigen en verdrukten is bewijs van hun tekortschieten in liefde.

Sluiten