Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder dat deze drank evenwel tot de eigenlijke eucharistie wordt gerekend. Duidelijk blijkt dit Phd 41"»; ten onrechte plaatsen de uitgevers een kommapunt achter xQ>la9ai, die behoort achter X^ro* te staan: Het Ï» *o«j*»ov staat evenals het tv fivoiaotwiov op één lijn met het fu? het geeft geen

reden van 's schrijvers aanbeveling der ééne eucharistie, en mag dus niet met de woorden pfa ««eS morden verbonden.

Aangezien dan nu de eenheid der eucharistie wordt aangeprezen op grond der eenheid van Christus' a«rf, moet het avondmaal bestaan hebben uit het daarmee overeenkomend element, nl. brood. Beschouwing van Sm 71"8 geeft hetzelfde resultaat De Phd 42 genoemde beker doet ons vermoeden dat ook deze bij de plechtigheid een rol speelde. Dit vermoeden wordt bevestigd door de beeldspraak Tr 8* (de volheid der Christelijke gezindheden waarvan de volledige cultushandeling het beeld is) en Rom 710-" (het hemelsch avondmaal, hier met door het sacrament maar door den marteldood te erlangen); tevens door Tr 27-9 want met de nvatriQtu 'Itjffoö XpiCTov waarbij xca

nora worden rondgediend, kan wel niets anders dan het avondmaal bedoeld zijn *). Maar maakte het rondgaan van den beker al deel uit der geheele handeling - tot de eucharistie in engen zin werd het niet gerekend; Ef 20-10 is slechts sprake van „breken van brood"; over drank wordt niet gerept2).

'1 In a later writer iiaxórov; nvott)fim would probably refer to tlieir «ttendance on the priest when ofliciating at the eucharist. But such a restric ion of „vorwiw, would he an anachronism in Ignatms' zegt L.ghtfoot ad lo . betrekking op de eucharistie is m. i. onmiskenbaar — dan hebben we a s am

te doen van het auteurschap van Ignatius. „

») Het belangwekkend artikel van Dr. O. A. van den Bergh van Eys.nga, Th T. I'.t05 bl. 244—269, werpt op deze beschouwing een verrassend u • Onze Briefschrijver blijkt een uit vele getuigen te zijn voor het bestaan van een avondmaalsritus (volgens vdBvE. de oorspronkehjke), uitslu.tend uit „Breking des Broods" bestaande. Als bewijsplaatsen uit de lgnatianae geet de verhandelaar Ef 5 (ten onrechte; zie boven, bl. 153), Ef 20 en Sm 7; e plaatsen Rom 7 en Phd 4 zouden beide voor den uitgebreider ritus getuigen (wij zagen dat dit slechts gedeeltelijk juist is), en Tr 8 zou geen zinspeling op het avondmaal bevatten (ook hier zijn wij van een andere meening). De plaats Tr 2 is aan vdBvE.'s aandacht ontsnapt.

Sluiten