Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 14. Het dogmatisch standpunt van den Schrijver.

De dogmatische stroomingen van de tweede eeuw zijn niet in twee of drie scherp getrokken beddingen te leiden; ten onrechte wordt het telkens weer door sommigen beproefd: een niet ongewone misgreep bij de wordingsbeschrijving van een nieuwen godsdienstvorm. Wanneer dan ook Zahn ) erkent, dat hij geen bekende historische vertegenwoordigers kan aanwijzen van de ketterij, welke hij in de Brieven bestreden acht, meen ik dat dit op zichzelf geen reden zijn mag om Zahn s opvatting dezer haeresis te verwerpen. Waarom moeten de tegenstanders van onzen schrijver aanhangers van een bekende partij zijn geweest; waarom kunnen zij niet vrijwel alleen hebben gestaan? Elk Oud-Christelijk geschrift is een bijdrage tot de kennis van het oudste Christendom; het gaat niet aan, ze te plaatsen binnen de lijnen van een vooraf opgemaakt

schema. . A , , .

Toch behoeven we Dr. Van Loon ») niet toe te geven dat in

•b schrijvers dogmatisch standpunt nooit eenige steun ,s te vinden' voor de dateering der behandelde geschriften. In zijn opmerking is een groote waarheid gelegen, en gaarne leei ik er een vermaning tot groote voorzichtigheid uit, maar zoo hopeloos, als hij het doet voorkomen, staat naar mijn meening

de zaak niet.

De theologische voorstellingen, en nauw verhonden daarmee de termen «elke de schrijver als algemeen bekend onderstelt, zullen we waarschijnlijk hij anderen terugvinden. Nu hebben we ons te hoeden voor de overijlde gevolgtrekking, dat hg dan ook tot hun partij behoort, om dau aan zijn woorden een uit eg te geven die met de meeningen dier partij overeenstemt. In zoo'n geval kunnen we slechts met waarschijnlijkheid vaststellen, of de schrijver, krachtens de ontwikkeling zijner denkbeelden, vóór dan wel ni het optreden dier partij moet wol en

') A. w. [zie bl. 13 N°. 11 S. 389 fgg. >) A. w. [zie bl. 14 Nu. 30) bl. 294.

Sluiten