Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op gewezen heeft, dat, nu onze Regeering eenmaal opzending van landloopers en bedelaars naar een Rijkswerkinrichting wil, hechtenis bijstraf en opzending hoofdstraf moet zijn, gaat hij, ten opzichte van de landlooperij aldus voort:

„Hiermede kan ik in eenige woorden afrekenen. Mij voldoet niet een enkele bepaling over landlooperij, hetzij in onze strafwet, hetzij in eenige andere, die thans geldt of vroeger gegolden heeft. Het is mij nooit gelukt, iets strafwaardigs te zien in het feit, dat men geen vast verblijf houdt op eenige plaats, m. a. w. dat men „rondzwerft", zij het dan zonder middelen van bestaan." En verder:

„Zal men eenmaal, — het kan nog lang duren — de handen aan het werk slaan, om ons aan zoodanige wet te helpen (Politiewet), dan zij het een onderwerp van ernstige overweging, of het mogelijk en oorbaar is door politie-maatregelen, zoo noodig door tijdelijke vrijheidsberooving, te beletten het kwaad te plegen, dat gepleegd zijnde, hen (de landloopers) met de strafwet in aanraking zoude brengen, maar het gaat niet aan, iemand te straffen, alleen omdat hij zonder middelen van bestaan is en niet heeft een vaste woonplaats. Dit heet te geschieden ter bescherming van de openbare orde, maar deze kan niet eischen, dat strafbaar verklaard wordt, wat naar ons rechtsbewustzijn niet strafwaardig is en dat men den rechter dwingt een straf uit te spreken, waar naar zijn overtuiging eigenlijk geen delict is gepleegd."

Sluiten