Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den weg aangeeft, dien de Staatscommissie tot onderzoek der toestanden te Veenhuizen thans zoekt. *)

2°. S. van Mesdag. Iets over landloopers en bedelaars .(Deel 15, Tijdsch. v. Strafrecht, bladz. 215).

De heer van Mesdag, vroeger geneesheer aan de Rijkswerkinrichting te Veenhuizen, thans aan het krankzinnigengesticht te Franeker, schreef dat artikel in verband met eigen ervaring en naar aanleiding van een werk: Tramping with Tramps" (Onder de landloopers) door Josiah Flynt.

Hij komt eveneens tot de meening, dat velen behouden zouden kunnen worden, indien vóór de veroordeeling een anderen weg ware ingeslagen, „door hun een beetje hulp te verleenen."

Hij erkent tevens, dat de rechterlijke colleges door opeenhooping van werkzaamheden geringe aandacht schenken aan den landlooper, een gevolg van het steeds terugkeeren naar Veenhuizen en

') Deze Staatscommissie is benoemd bij Kon, Besl. van 22 Sent 1903, No. 51. F

Lid en Voorzitter: Mr. J. Domela Nieuwenhuis, Hoogleeraara/d Rijks-Universiteit te Groningen;

Lid en Secretaris: Jhr. mr. H. W. van Asch van Wijck, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal te Arnhem;

Leden: Jhr. mr. W. E. Th. M. van der Does de Willebois, Rechter in de Arrondissements-Rechtbank te Arnhem;

Jhr. mr. D. Q. Engelen, President van de Arrondissements-Rechtbank te Zutphen;

Mr. J. H. P. Gallée, Hoofddirecteur der R. W. I. te Veenhuizen;

Mr. Dr. B. Gewin, Advocaat, te Utrecht;

Dr. J. C. I. v. d. Hagen, te 's Hertogenbosch;

Mr. de Jong, lid van de Eerste Kamer, te Hoorn;

Mr. E. R. H. Regout, Substit. officier van Justitie, te Amsterdam.

Sluiten