Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheele beau monde der stad genoodigd. De gastheer had een stout stuk willen wagen en, „mevrouw Van Dijck-Koene" als gastvrouw aanstellend, alleen die famieljes gevraagd, die aan de Van Dijcken het naast verwant waren, „zoodat het zoon beetje 'nfamilierommeltje wordt," gelijk hij aan zijn schoonzoon had gezegd. Enkelen bedankten, maar de meesten kwamen: men kon, daar Van Dijck en zijn vrouw er toch ook waren, van Koene zoo veel of zoo weinig notitie nemen, als men wilde. Koene doorzag deze overweging, doch was er niet door gekrenkt; alleen drukte hij zijn schoonzoon op het hart, te zorgen, dat Frans een beetje werd aangehaald, want uit zichzelf verzette de jongen geen voet.

Alle gasten waren minzaam; Van Dijck en zijn vrouw wisten het den ooms en tantes en neven en nichten zoo aangenaam mogelijk te maken en Koene trachtte den politicus te spelen als in zijn jonge jaren. Moeilijk, zoo zeide hij al spoedig tot zichzelf, was zijn spel niet, want notaris De Loever, met een nicht zijner vrouw getrouwd en sedert korten tijd bijzonder gemeenzaam met hem, wist hem tot het middelpunt van een gezellig clubje te maken, dat hem op het voorbeeld van den geachten notaris algemeen fêteerde. Koene geraakte dan ook in de wolken, want dien De Loever moest hij juist hebben. De Loever had een dochter — hij had een zoon; De Loever had geld en de grootste

Sluiten