Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Er viel een gure motregen, toen de bijna ledige tram van drie uur onder reglementair getjingel der bel de dubbele bocht bij de hervormde kerk beschreef en de stille, stijve pijpenla der eerste Zeister dorpsstraat inreed.1 Alleen het geklikklak eener smidse gaf in de geluidenlooze straat een welkomsantwoord op het klingelen van den tramkoetsier.

In het Gasthof zur Brüdergemeine had men blijkbaar geen gasten verwacht en Frans moest in de geopende deur tweemaal bellen, eer zich in de lange gang de korte, welgedane gestalte vertoonde eener dienstmeid, die in gebrekkig Hollandsch op zijn vragen antwoordde en hem in een holle wachtkamer alleen liet. Doch Frans kende het hotel; hij had er tweemaal een deel der zomervacantie doorgebracht en wist, dat men het er goed en rustig had. Rust! dat was, naar hij meende, al wat hij behoefde. Het was hem onmogelijk geweest langer thuis te blijven;

Sluiten