Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als postillon d'amour. Frans was bijna vijf-entwintig, maar hij vond dat toch heel aardig en als Annie hier op school geweest was, zou hij een hartje zijn komen snijden met F. K. en A. d. L. er in, evenals daar die Rudi C. en Emma D.

Hij nam plaats op een bank in het midden der eenzame laan, door welker takkengewelf een vochtige tocht voer, die hem aangenaam was; en met de ellebogen op de knieën kraste hij een paar strepen in het harde zand. Hè! daar sprongen zijn gedachten plotseling weer naar een zijweg! Aan het einde van den kleinen kostschoolstoet was hij straks een secondante tegengekomen, die hem nu opeens deed denken aan een meisje op wie zij een weinig, heel weinig weliswaar, geleek: — ook een onderwijzeres, die Frans te Utrecht had ontmoet bij zijn ouden vriend Land, den klerk van 't archief, een burger-meisje natuurlijk, arm, maar dat er allerliefst uitzag en aardig praten kon. Hoe ter wereld kwam hij plotseling aan dat meisje te denken? Hij, die in ballingschap was getrokken uit harteleed over een ander \.... Maar hij kon er niets aan doen, zijn gedachten stonden met welbehagen bij dat onderwijzeresje stil en Frans liet zijn gedachten vrij. — Was hij, met zijn fatalistische neigingen, niet willoos als dat door den wind tot speelbal genomen, dorre blad van straks? — Zoo'n onderwijzeres heeft dikwijls een treurig leven; zij

Sluiten