Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een oogenblik duchtte hij een spottend antwoord, doch Herman kende den zonderling en doorzag terstond, dat zelfs een korte gekscheerderij hier misplaatst was, ook indien hij met een ingebeelde kwaal te doen had.

— Je deelt me daar een kiesche reden mee, zeide hij volkomen ernstig en zelfs op zachten, deelnemenden toon, maar, nu je me in je vertrouwen neemt: is het noodig, dat uit je verliefdheid landziekigheid voortspruit?

— Of ik een blauwtje heb geloopen? Née, maar ik zou het nog kunnen doen.

— Ben je daar zeker van?

— O ja, zeker; ik heb ... maar om iets te zeggen, zou ik je alles moeten zeggen en ik weet niet. ... ofschoon, er is niets onbescheidens in en ik heb behoefte om iemand in vertrouwen te nemen ... "Wil je ?

— Dat is geen vraag, Frans !

— Nou goed, dank-je.... Ik ben al sedert jaren verliefd op mijn nichtje Annie de Loever, je weet wel: de dochter van de notaris; ik heb haar nu in de laatste tijd teruggezien .... en d'r kan niets van komen ....

— Hoe meen-je?

— "Wel, Annie is geen vrouw voor mij, ze is heel anders opgegroeid dan ik me haar had voorgesteld, ze zou me nooit willen hebben.

En Frans verhaalde vrij juist en zeer uitvoerig het gesprek, dat hij met hare moeder had gevoerd; hij verhaalde van den invloed, dien

Sluiten