Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit gesprek op zijn gedachten had gehad, van zijn plotselinge, volslagen desillusie en dwaas, willoos dwalen te Zeist. Het was een wezenlijke biecht; hij deed in zijn verslag geen enkele poging om zijn gevoelens te vervormen, hoewel hij zelf onder het spreken, zonderlingerwijze voor het eerst, er den baatzuchtigen kant van bespeurde. Sprekend ontleedde hij deze gevoelens scherper, niet alleen beter maar ook vlugger, dan hij ooit in overpeinzingen gedaan had. Herman was één oor; de belijdenis was een les in psychologie, het vak waarin alle kunstenaars belang stellen, en de openhartigheid van Frans deed hem aangenaam aan. Niet voor de eerste maal vergaf hij hem een zonderlingheid om het naief oprechte van zijn zelfzucht.

Toen Frans eindelijk zweeg, zei zijn metgezel, met aanvankelijk iets aarzelends in de stem:

— Ja, 't is heel moeilijk, je zoo dadelijk een meening te zeggen: alles is toch uog vaag, je hebt niet met juffrouw Annie over de zaak gesproken en met haar mama heb je eigenlijk meer een dispuutcollege gehouden of een gemoderniseerde nutslezing in vragen en antwoorden over de liefde en de eischen tot een gelukkige echtverbintenis.... Wat moet ik je daarin raden? Ik geloof, dat de liefde iets zeer hoogs kan wezen, maar ik geloof ook, dat er een massa huwelijken zijn, waarin men van héél hooge liefde nooit eenig begrip heeft gehad, zonder dat iemand deze . huwelijken onder de

Sluiten