Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ha, ha; je kent ze van buiten!

— Ik leer gemakkelijk verzen; ofschoon ik er tegenwoordig heel wat meer moeite meê heb, dan toen ik jong was.

— De zee is mooi, hè?

Nu had Herman zelf de houding met het hoofd half gebogen aangenomen, waarom hij zijn neef eens had uitgelachen. Maar Frans lette daar slechts vluchtig op. Hij was blij, in Hermans gezelschap zulk een welkome afleiding te hebben gevonden, en hij was niet minder ingenomen met het feit, dat het pijnlijke gesprek voorloopig was gestaakt. Hij had in het minst geen berouw er over, Herman in vertrouwen te hebben genomen, maar deze had hem het vuur wel heel na aan de schenen gelegd! In dit zonderling zenuwachtig gestel gistte plotseling iets, dat op vreugde geleek. De Zeister eenzaamheid was een te pijnlijke oplossing geweest van de lang in illusiën gewikkelde vraag of Annie al dan niet zijn vrouw zou worden. Nu had hij iemand gevonden, wiens meerdere hij zich in zekeren zin gevoelde — Herman was immers de beschermeling zijner familie — en die toch aan den anderen kant niet de eerste de beste was, want Herman was niet alleen een goed artiest, hij had ook in het praktische leven een ruimen blik. Aan dezen persoon had hij zijn geheim toevertrouwd en dit geheim was met aandacht betast en bekeken!... Frans was nog altijd het verwende en vertroetelde jongetje,

Sluiten